De Huwando’s
Een volledig onbekende band deze week op de site. mocht u iets weten dan horen we dat heel graag.
Een volledig onbekende band deze week op de site. mocht u iets weten dan horen we dat heel graag.


De MuziekMan Bert Ophof uit Coevorden deze week in de belangstelling op deze site. Als u meer kunt vertellen van deze muzikant dan horen we dat graag via dehelenas@gmail.com

Wenche Myhre, ook wel Wencke Myhre, (Oslo, 15 februari 1947) is sinds de jaren zestig een succesrijke Noorse schlagerzangeres met hits in het Noors, Duits en Zweeds.
Nadat Myhre in 1960 een talentenwedstrijd in Oslo won, kreeg ze van liedjesschrijver Arne Bendiksen een platencontract.
In 1963 maakte ze haar televisiedebuut in de film Elskere. Sindsdien staat ze steeds in de spotlights. Voor haar lied Gi meg en Cowboy till mann (dat eerst door Gitte gezongen werd in het Duits, Ich will ‘nen Cowboy als Mann) onder begeleiding van Horst Wende en zijn studio/sessie muzikanten kreeg ze haar eerste gouden plaat.
In 1964 was Myhre de drijfveer achter een inzamelingsactie waarvan de opbrengst naar een kinderziekenhuis in de Gazastrook zou gaan. Hier leerde ze haar eerste man kennen, Torben Friis-Møller. Met hem heeft ze drie kinderen: Kim (1971), Dan (1973) en Fam (1975).
Voor het wereldkampioenschap skiën in 1966 zong ze het lied Vinter og sne. Datzelfde jaar won ze het Schlagerfestival met Beiß nicht gleich in jeden Apfel. Hiermee had ze eindelijk haar doorbraak op de Duitse markt, nadat ze een jaar eerder met Sprich nicht drüber als tweede was geëindigd. Er volgden nog hits en in 1968 vertegenwoordigde ze West-Duitsland op het Eurovisiesongfestival met Ein Hoch der Liebe, waarmee ze op de zesde plaats eindigde. Eind jaren 60 behoorde ze tot de absolute topartiesten en tieneridolen in Duitsland. Ze won vier Bravo-Otto’s (1966: brons, 1967: goud, 1968: goud, 1969: zilver). Ze kwam veel op de Duitse televisie en trad op met andere grootheden als Udo Jürgens en Peter Alexander. In 1970 had ze een bescheiden hit met Er hat ein knallrotes Gummiboot, dat later wel uitgroeide tot een carnavalsklassieker.
In 1974 kreeg ze een eigen televisieprogramma. In 1980 trouwde ze voor de tweede maal, dit keer met de succesvolle Duitse regisseur Michael Pfleghar. Twee jaar later kreeg ze met hem haar vierde kind, Michael. Pfleghar pleegde in 1991 zelfmoord. Een jaar later nam Myhre opnieuw deel aan de Melodi Grand Prix in haar thuisland, maar werd daar derde.
Myhre woont in een dorpje dicht bij Oslo en ze treedt nog regelmatig op. In 2004 begon ze een show met twee andere Scandinavische schlagersterren: Gitte Hænning en Siw Malmkvist. Ze trokken door heel Duitsland.
In 2009 deed Myhre in Noorwegen opnieuw een gooi naar het Songfestival. Haar lied Alt Har En Mening Nå bleef echter steken in de voorronde.
Bron: Wikipedia

Een tijdje geleden kwam ik in contact met Dinand Leferink en van hem heb ik onderstaande ontvangen en zal ook de komende 2 weken hiermee verder gaan.
Zoals beloofd hierbij deel 1 als opmaat naar de gegevens van Remix party band. Wellicht vindt je het leuk om volgorde te zien van de verschillende bandleden die weer doorstroomden naar andere orkesten destijds. Daarom 3 mails. Ik hoor graag of je het leuk vindt om op deze manier eventueel te verwerken.
Groetjes Dinand
De Musketiers – Een icoon van de Nederlandse dansmuziek uit de jaren ’60
In de bruisende jaren zestig kende Nederland een rijke danscultuur waarin het dansorkest De Musketiers uit Markelo een prominente rol speelde. Onder de bezielende leiding van de inmiddels overleden Jan Arfman groeide het orkest uit tot een geliefde naam binnen de nationale muziekwereld. Bekend om hun dansbare repertoire en energieke optredens, waren De Musketiers vaste gasten in feesttenten en zalen door het hele land. De bezetting bestond onder meer uit Jan Arfman, die toetsen en accordeon voor zijn rekening nam, en zanger/gitarist Tonny Mengerink. Beiden zouden ook na hun tijd bij De Musketiers hun muzikale pad voortzetten. Ook Henk Brandenbarg (zang/saxofoon) en Wim Simmelink (zang/drums) speelden bij de Musketiers . Jan Arfman bleef actief als leider van het latere Dansorkest TSM, terwijl Tonny Mengerink bekendheid verwierf als oprichter en bandleider van het veelgevraagde Saturnus Quintet uit Goor. Een van de bekendste nummers van De Musketiers is “Want jij stuurt mij viooltjes”, geschreven door A.J. Mengérink en uitgebracht als 45-toeren single op het Decca-label. Hun oeuvre omvatte ook een langspeelplaat met de titel “Lief en Leed”. Op deze LP prijkt het nummer “Ik droom van de liefde”, dat onder liefhebbers van piratenmuziek nog altijd geliefd is.

The Tremeloes is een Britse groep die vooral succes had in de jaren zestig. Ze waren oorspronkelijk de begeleidingsband van Brian Poole.
Als Brian Poole & the Tremeloes hadden zij in Engeland vanaf 1961 een reeks hits, waarvan Do you love me in 1963 aldaar de eerste plaats van de hitparade bereikte. Toen het niet meer boterde tussen de leden van de begeleidingsband en hun voorman, gingen ze in 1965 elk hun eigen weg. Brian Poole verdween al snel in de anonimiteit. De Tremeloes (Alan Blakley, Len ‘Chip’ Hawkes, Rick West en Dave Munden) waren echter regelmatig in de internationale hitparades te vinden.
The Tremeloes begonnen in 1967 aan een half decennium van hits, te beginnen bij het door Cat Stevens geschreven Here comes my baby. Er volgden meer successen, waarvan Silence is Golden (1967) en My little Lady (1968) de grootste waren. De groep kenmerkte zich voornamelijk door pretentieloze uptempo songs, zoals Even the bad times are good (1967), Helule helule (1968) en Once on a Sunday morning (1969).
Het nummer Yellow River werd hen aangeboden door componist Jeff Christie, maar ze brachten het aanvankelijk niet zelf uit. De band Christie – rond Jeff Christie en de broer van gitarist Alan Blakley – werd speciaal gevormd om het nummer uit te brengen, waarbij de zangpartij van Jeff Christie werd toegevoegd aan de reeds ingespeelde begeleiding van The Tremeloes. Het resulteerde in 1970 in een grote hit. The Tremeloes zongen ook You en What Can I Do? van Raymond O’Sullivan (die later bekend zou worden als Gilbert O’Sullivan). Begin jaren zeventig probeerden The Tremeloes een iets ‘ruiger’ image aan te meten met rockachtige singles als Blue Suede Tie. De laatste hit is ook uit die tijd, maar toch meer ‘poppie’: I Like it That way (1972).
Net als veel andere bands uit de jaren zestig en zeventig zijn ook The Tremeloes bij tijd en wijle in ‘revivaloptredens’ terug te vinden. Dave Munden is in al die jaren de enige constante factor geweest, hoewel tegenwoordig ook Rick West (die zich weer Rick Westwood noemt) deel uitmaakt van de groep. Chip Hawkes heeft de groep een paar keer verlaten om vervolgens weer terug te keren, maar hij maakt de laatste jaren deel uit van de groep Class of ’64 met oud-leden van Smokie en The Rubettes.
Band leden:
Bron: Wikipedia

Deze week de band “Déjà Vu”. Volgens mij kwamen deze jongens uit de omgeving van Raalte maar als er iemand meer info kan geven dan horen wij het natuurlijk graag. De band bestond ten tijde van deze foto uit: A. Bennink, Zang-toetsen en Saxofoon; R. Lenferink, Zang en Bas; A. Kemper, Zang en Gitaar; W. Wagenmans, Zang en |Drums.