Vieze voeten
Klaas komt op een feestje. Hij vraagt netjes of binnen mag komen. “Natuurlijk,”zegt de jarige, “maar ik heb vuile voeten,” zegt Klaas. “Geeft niet,” zegt de jarige. “Je hebt toch schoenen aan?”
Klaas komt op een feestje. Hij vraagt netjes of binnen mag komen. “Natuurlijk,”zegt de jarige, “maar ik heb vuile voeten,” zegt Klaas. “Geeft niet,” zegt de jarige. “Je hebt toch schoenen aan?”
Een boer werkt op zijn land en opeens ziet hij op de grond wat glinsteren. Hij stapt van zijn tractor, loopt naar het glinsterende object af en pakt het op. Het is een stuk spiegel. De boer had nog nooit eerder zoiets gezien en kijkt in het stuk spiegel. De boer zegt: “Hè, hij lijkt sprekend op mijn vader.” Tijdens het eten kijkt de boer nog een keer naar de spiegel. “Sprekend mijn vader”, zegt hij. Zijn vrouw vraagt: “Wat is dat, schat?” “O, niks hoor”, zegt de boer. Voor het slapen kijkt hij nog een keer in de spiegel. En weer sprekend zijn vader. Hij trekt zijn broek uit en stopt zijn spiegel in zijn zak. Zijn vrouw vertrouwd het niet en midden in de nacht wanneer haar man slaapt, kijkt ze in de zak van de boer. Ze haalt het stuk spiegel er uit en kijkt er goed in. Zegt de Vrouw: “Ik wist het wel, hij heeft een ander. En nog een lelijke ook!…”
Een echtpaar was boodschappen aan het doen en de hele stad was vol met winkelende mensen. Lopend door het winkelcentrum en kijkend naar de etalages blikte de vrouw ineens verwonderd opzij om te ontdekken dat ze haar man nergens meer zag. Ze wist dat ze nog veel te doen hadden en werd erg kwaad. Ze rommelde in haar handtas om haar mobieltje te zoeken, toen ze het gevonden had belde ze haar man en vroeg hem waar hij toch gebleven was. Haar man antwoordde kalm: “Liefste, herinner jij je die juwelierszaak nog waar we 5 jaar geleden waren en waar je helemaal verliefd werd op die diamanten halsketting die we toen helaas niet konden betalen, ik vertelde je toen ook dat ik hem eens op een dag voor je zou kopen”. De ogen van de vrouw vulden zich met tranen, ze begon zacht te huilen en terwijl ze een snik probeerde te onderdrukken fluisterde ze: “Ja, die juwelierszaak herinner ik me zeker nog”.
“Wel”, zei hij, “ik zit in ‘t café er naast !”
Op de hoek van de straat staat een man met een hond naast hem. Een andere man komt voorbij, bekijkt de hond en vraagt: ‘Bijt uw hond?’ ‘Nee,’ zegt de man. De ander streelt de hond en wordt in zijn hand gebeten. Terwijl hij zijn bloedende hand met een zakdoek verbindt, zegt hij kwaad: ‘Ik dacht dat jij gezegd had dat je hond niet zou bijten!’ ‘Dat klopt,’ zegt de eerste man. ‘Maar dit is mijn hond niet…..’
Een non neemt een taxi naar Brussel en merkt dat de knappe chauffeur haar voortdurend in ‘t oog heeft.
Ze vraagt hem waarom hij haar constant zo intens bekijkt.
Hij antwoordt: “Ik wil u iets bekennen, maar ik wil u niet in verlegenheid brengen”.
Ze stelt hem gerust: “Mijn zoon, ge kunt me niet kwetsen, als je non was en zo oud als ik heb je zo goed als alles al gezien en gehoord.
Ik weet zeker dat je me niets kan zeggen of vragen dat voor mij beledigend of kwetsend kan zijn”.
Hij: “Wel, ik droom altijd opnieuw dat een kloosterlinge me heel passioneel kust”.
De non: “Wel, dan kijken we wat daaraan kan gedaan worden. Eerst en vooral moet je vrijgezel zijn en daarnaast ook katholiek”.
De taxichauffeur, al helemaal opgegeild, antwoordt: “Jaja, ik ben vrijgezel én katholiek!”
“Oké”, zegt de non, “sla maar de eerstvolgende landweg in”.
Daar voldoet ze aan zijn fantasie met een overtuiging die de meest geroutineerde straatmadelief zou doen blozen.
Als ze de weg voortzetten begint de chauffeur te huilen.
“Mijn kind”, zegt de non, “waarom huil je nu toch?”.
“Vergeef me dat ik gezondigd heb. Ik moet bekennen dat ik gelogen heb: ik ben getrouwd en ben een jood”.
De non antwoordt: “Trek het je niet aan. Ik heet Dirk, ben homo en ik ben op weg naar ‘t carnaval in Aalst “.
Meester is jarig. Hij vraagt aan de kinderen: “Raad eens hoe oud ik geworden ben.”
Zegt Jantje: “58.”
“Mis.”
Zegt Marietje: “49.”
“Ook mis.”
Richie: “Meester, u bent 42 geworden.”
“Goed zo, m’n jongen. Hoe heb je dat zo goed geraden?”
“Nou meester, dat zit zo: mijn broer is 21 en da’s een halve idioot.”