Nieuwe Tuinman

De paus krijgt een nieuwe tuinman. De kardinaal die het sollicitatiegesprek voert zegt tegen de nieuwe tuinman in wording: “De paus houdt van de geur van vers gemaaid gras. Als je aan het maaien bent loopt de paus graag langs en stelt altijd twee vragen. Wie stierf er aan het kruis voor onze zonden? En waar vond dit plaats? Nu heb je de grasmaaier. Op het linker wiel staat het antwoord op de eerste vraag en op het rechter wiel staat het antwoord op de tweede vraag. Er gaat een weekje overheen en de tuinman is druk aan het maaien. Dan staat ineens de paus naast hem. “Beste man”, zegt de paus, “mag ik je een vraag stellen?” “Natuurlijk, uwe heiligheid”, zegt de tuinman. “Weet jij wie er voor onze zonden aan het kruis is gestorven?” De tuinman kijkt schrijlings naar het linkerwiel van de maaier en antwoordt: “Jezus Christus.” “Heel goed mijn beste, weet je ook waar dit plaatsvond?” De tuinman kijkt nu op het rechterwiel en antwoordt: “Golgotha.” Nu vraagt de paus ineens: “Weet je ook wie daar bij waren?” De tuinman slaat zijn ogen neer op zoek naar een antwoord en komt met: “Black en Decker?”

Similar Posts

  • Uitspraken die niet grappig zijn

    Wat is niet grappig ?

    Een cardioloog die zegt: ‘hier klopt iets niet’

    Iemand na een allergie test vragen of hij al uitslag heeft

    Een timmerman met plankenkoorts

    Een exporteur die niks uitvoert

    Een voetballer zonder doel in zijn leven

  • Kleine Bennie

    Kleine Bennie zit in de slaapkamerkast van zijn ouders met zijn pluchen beer te spelen. Zijn moeder komt met een vreemde man de slaapkamer binnen, ook om te spelen. Onverwachts komt Bennie’s vader thuis, de vreemde man wordt halsoverkop in de kast verstopt.
    Bennie fluistert: “Ik heb een pluchen beer en als je hem niet voor tien gulden van me koopt, ga ik huilen.” De man betaalt en een paar minuten later zegt Bennie: “Geef mijn beer terug, of ik ga huilen.”
    De beer verwisselt opnieuw van eigenaar. Even later begint Bennie van voren af aan: “Ik heb een pluche beer en als je hem niet voor tien gulden van me koopt, ga ik huilen.”
    Het spel herhaalt zich. Geruime tijd later is de kust vrij, de vreemde man verlaat de kast, 120 gulden armer en zonder beer. De volgende dag vertelt Bennie zijn moeder wat zich in de kast afgespeeld heeft. Zijn moeder stuurt Bennie onmiddellijk ter biecht. In de biechtstoel steekt Bennie van wal: “Ik heb een pluchen beer… “
    Van achter het gordijn: “Grote God! Begin je nu alweer!!!”

  • Echt boerenverstand

    Een landbouwer laat 17 paarden na aan zijn drie zonen. In zijn testament verdeelt hij de erfenis als volgt:
    Mijn oudste zoon de helft van alle paarden.
    Mijn tweede zoon een derde van alle paarden.
    Mijn jongste zoon een negende van alle paarden.
    Daar het onmogelijk is om 17 paarden te delen door 2, door 3 of door 9, beginnen de problemen tussen de drie zonen.
    Op een gegeven ogenblik beslissen ze ten einde raad om hun buur, ook een landbouwer Dirk, wiens intelligentie ze al lang bewonderen, om raad te vragen, in de hoop dat die een oplossing kan vinden.
    De boer neemt het testament en leest het aandachtig, na enkele ogenblikken gaat hij thuis zijn eigen paard halen en voegt het toe aan de zeventien andere. Nu staan er 18 paarden in de wei.
    Vanaf nu wordt het mogelijk voor de erfgenamen om tot de verdeling over te gaan, zoals voorzien in het testament van hun vader.
    De oudste neemt de helft van de 18 paarden = 9 paarden
    De tweede neemt een derde van de 18 paarden = 6 paarden
    De jongste neemt een negende van de 18 paarden = 2 paarden
    Samen hebben ze nu, 9+6+2=17 paarden
    Er blijft 1 paard over, dat van Dirk, die het terug mee naar huis neemt.
    Voila, ‘t is nu aan u!

  • Opscheppen

    Op de speelplaats wordt opgeschept.

    ‘Wij zijn met drie kinderen thuis en ieder heeft zijn eigen bed…’

    ‘Wij zijn met vier kinderen, en elk heeft zijn eigen kamer…’

    ‘En wij zijn met vijven, en ieder heeft zijn eigen papa…’

  • Ik ben een lamp

    Een gek is ontslagen uit het gekkenhuis en gaat bij zijn broer op bezoek. De broer is ook niet helemaal honderd procent. De gek is nog geen kwartier bij zijn broer of hij staat al op de tafel te roepen “Ik ben een lamp, ik ben een lamp!”. Zijn broer belt naar het gekkenhuis en klaagt “Mooie boel is dat, mijn broer is nog geen kwartier binnen en hij staat al op de tafel te roepen dat hij een lamp is”. – “Stuur hem maar weer terug” zegt de telefoniste van het gekkenhuis. De broer reageert “Ja daag, dan heb ik geen licht meer!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *