Dronkelap
“Mijn man is een hopeloze dronkenlap. Hij verdrinkt al zijn geld.” “Maar zo slecht schijnt het jullie anders niet te gaan. Een mooi eigen huis, een dure auto, een plezierjacht…”
“Dat hebben we betaald van het statiegeld!”
“Mijn man is een hopeloze dronkenlap. Hij verdrinkt al zijn geld.” “Maar zo slecht schijnt het jullie anders niet te gaan. Een mooi eigen huis, een dure auto, een plezierjacht…”
“Dat hebben we betaald van het statiegeld!”
Zegt de klant tegen de ober in het restaurant: ,,De biefstuk was prima ik ben kenner”
Zegt de ober! ,,O bent u slager?”
“Neen”, zegt de klant, “schoenmaker”.
Het is een hete zomerdag geweest en net als mama haar kind in bed wil stoppen breekt een hevig onweer uit. De kleine jongen is doodsbang en met een trillende stem vraagt hij: ‘Mama, wil je bij mij slapen vannacht?’ Moeder geeft haar zoontje een flinke knuffel en zegt: ‘Dat kan niet, ik moet bij papa slapen.’ Het jongetje is even stil en zegt dan: ‘Wat een grote bangerik is hij toch, hè?’
De passagiers van een vliegtuig zitten allemaal op hun plaats en wachten op de piloten om te vertrekken. Twee mannen komen uit de personeelscabine achterin en stappen traag naar de cockpit. Ze dragen een pilotenuniform en een donkere bril. De ene heeft een hond aan een leiband en de andere tikt met een witte stok voor zich uit op de vloer. Ze bereiken de cockpit zonder problemen en sluiten de deur achter zich. Verschillende passagiers lachen wat zenuwachtig naar elkaar, fronsen hun wenkbrauwen of doen alsof ze het een leuke grap vinden. Enkele seconden laten starten de motoren en begint het vliegtuig over de startbaan te rijden. Het toestel gaat steeds sneller en sneller maar het stijgt niet op. Door de venstertjes zien de passagiers dat het vliegtuig recht op een uitgestrekt meer afstevent aan het einde van de startbaan. Het vliegtuig raast nu op zeer hoge snelheid vooruit en verschillende passagiers beginnen te beseffen dat ze nooit zullen opstijgen en dus in het meer terecht zullen komen. Er wordt uit vele kelen luid gegild en net op dat moment trekt het vliegtuig keurig op en komt het zonder problemen van de grond. De passagiers komen stilaan tot bedaren en praten nog wat na over die angstaanjagende “grap”. Enkele minuten later is het incident vergeten. In de cockpit betast de piloot het dashboard, vindt de automatische piloot en zet hem in werking. “Weet je wat me soms bang maakt?”, vraagt hij. “Nee”, zegt de co-piloot. “Een dezer dagen beginnen ze te laat te gillen en dan gaan we er allemaal aan!!”
Een slak kruipt in een appelboom. Zegt een vogel “de appels zijn nog lang niet rijp hoor”. “Nee, dat klopt” zegt de slak “maar tegen de tijd dat ik boven ben wel”.
Er zitten drie poezen zich te pletter te drinken aan de bar, omdat ze geen werk meer hebben: Zegt de 1e poes : Ik zou graag bij de Melkunie willen werken: ‘s morgens melk, ‘s middags melk, ‘s avonds melk. Zegt de 2e poes : Ik zou liever bij Whiskas werken: ‘s morgens Whiskas, ‘s middags Whiskas, ‘s avonds Whiskas. Zegt de 3e poes : Ik wil wel graag bij Grolsch gaan werken … De andere 2 poezen : Hoezo, Jupiler? Zegt de 3e poes : Wel, ‘s morgens een kater, ‘s middags een kater en ‘s avonds een kater.