Dronkelap
“Mijn man is een hopeloze dronkenlap. Hij verdrinkt al zijn geld.” “Maar zo slecht schijnt het jullie anders niet te gaan. Een mooi eigen huis, een dure auto, een plezierjacht…”
“Dat hebben we betaald van het statiegeld!”
“Mijn man is een hopeloze dronkenlap. Hij verdrinkt al zijn geld.” “Maar zo slecht schijnt het jullie anders niet te gaan. Een mooi eigen huis, een dure auto, een plezierjacht…”
“Dat hebben we betaald van het statiegeld!”
Een belg komt een restaurant binnen en ziet een muntje op tafel liggen, hij loopt er naar toe en pakt hem op, maar het muntje zegt: “ik ben de geest van wafel leg me terug op tafel!” De belg gooit het muntje terug op tafel en rent het restaurant uit. Een paar seconden later komt er een Frans man binnen en ziet ook het muntje op tafel en pakt hem op en het muntje zegt meteen weer: “ik ben de geest van wafel leg me terug op tafel!” De fransman doet precies het zelfde als de belg en rent dus het restaurant uit zonder het muntje. Dan komt er een Nederlander het restaurant binnen en pakt hetzelfde muntje op en het muntje zegt : “ik ben de geest van wafel leg me terug op tafel waarop de Nederlander zegt: “ik ben de geest van akkie en doe het muntje in mijn zakkie”.
Een koppel was al enkele dagen aan het kibbelen over de aankoop van een nieuwe wagen.
Hij wilde een stoere jeep, maar zij wilde een snel, klein sportautootje.
En alles wat zij leuk vond was totaal boven hun budget.
“Luister,” zei ze, “Ik wil iets dat van 0 naar 100 gaat in een 5 seconden of minder. En het is binnenkort Valentijn, dus je zou me kunnen verrassen.”
Op 14 februari, met Valentijn, kreeg ze een splinternieuwe weegschaal!
Moos is met wintersport en raakt bedolven onder een lawine. Meteen gaat een reddingsploeg op pad om hem te redden, maar Moos is moeilijk te vinden. Er wordt een helikopter ingezet, en eindelijk zien ze Moos liggen. De reddingsploeg gaat naar hem toe, maar het laatste stuk is slecht begaanbaar. Vanuit de verte roepen ze Moos toe: ‘Meneer Cohen, meneer Cohen, hier is het Rode Kruis, we komen eraan.’ Roept Moos terug: ‘Ik heb vorige week al gegeven.’
Twee blondjes lopen op straat. Plots wijst de ene naar iets en roept:
_ Kijk daar, de zon!
_ Maar nee, dat is de maan, zegt de andere.
Ze lopen kibbelend verder.
Even later zegt de eerste:
_ Weet je wat, we zullen eens ergens aanbellen en vragen wie er nu gelijk heeft.
Ze bellen aan bij het eerste huis dat ze tegenkomen en het toeval wil dat er een blondje opendoet.
De twee dames wijzen naar de lucht en vragen:
_ Mevrouw, dat ding daar in de lucht, is dat nu de zon of de maan?
_ Ik zou het niet weten. Ik woon hier nog maar pas.
Een zoon vraagt aan zijn vader: ‘Pap, wat is eigenlijk politiek?’
Vader zegt: ‘Jongen, dat is heel eenvoudig. Kijk, Ik breng het geld thuis, dus ben ik het KAPITALISME.’
‘Je moeder beheert het geld, dus is zij de REGERING.’
‘Opa ziet er op toe dat alles her ordentelijk verloopt. Hij is de OVERHEID.’
‘Het dienstmeisje is de ARBEIDERSKLASSE.’
‘Wij hebben allen maar een doel voor ogen namelijk jouw welzijn. Daarom ben jij het VOLK.’
‘Je kleine broertje die nog in de luiers loopt is de TOEKOMST.’
Snap je het?
De zoon denkt na en vraag of hij er een nachtje over mag slapen.
‘s Nachts wordt hij wakker omdat zijn kleine broertje in zijn luier heeft gepoept en vreselijk schreeuwt. Omdat hij niet weet wat hij moet doen gaat hij naar de slaapkamer van zijn ouders. Daar ligt alleen zijn moeder en die slaapt zo vast dat hij haar niet wakker krijgt. Daarom gaat hij naar de kamer van het dienstmeisje waar hij ziet dat zijn vader bij haar in bed ligt en ze zijn met hele vreemde dingen bezig. Hij ziet dat Opa onopvallend door het raam toekijkt. Ze zijn allemaal zo druk dat niemand merkt dat hij voor het bed staat. Daarom besluit de jongen onverrichterzaken weer te gaan slapen…
De volgende ochtend vraagt vader aan zijn zoon of hij met zijn eigen woorden kan uitleggen wat politiek is.
Ja zegt de zoon: ‘Het KAPITALISME misbruikt de ARBEIDERSKLASSE terwijl de OVERHEID toekijkt en de REGERING slaapt. Het VOLK wordt volkomen genegeerd en de TOEKOMST ligt in de STRONT!’