Brief aan God

Een arm vrouwtje schreef een brief aan God, adres “Hemel”, waarin ze 2000 euro vraagt om om haar huurschuld af te betalen. De sorteerders van de Post weten geen raad met het adres en maken de brief open.. Ze zijn zo ontroerd door het lot van het arme vrouwtje, dat ze met de pet rondgaan. Zo halen ze 1800 euro op. Dit bedrag doen ze in een envelop met een briefje van “God” erbij en sturen het terug aan het oude dametje. Een week later ontvangt de Post weer een brief gericht aan God, adres : “Hemel”. Ze maken de brief weer open en lezen: “Lieve God, bedankt voor het geld. Als u nog iets kunt missen, stuur het dan niet meer via de Post, want die rotzakken hebben er 200 Euro uit gepikt…”

Similar Posts

  • De Hoed

    Een man zoekt al dagen naar z’n hoed. Uiteindelijk is die niet te vinden. Hij beslist dan maar om zondags naar de kerk te gaan en achteraan plaats te nemen. Tijdens de dienst zou hij dan er vanonder muizen en een van de hoeden nemen die achteraan worden geplaatst. Die zondag gaat hij naar de kerk en zet zich achteraan. De dienst ging over de 10 geboden. De man bleef de gehele dienst zitten i.p.v. vroeger door te gaan en na de dienst gaat hij nog even bij mijnheer pastoor. ‘Vader,’ zegt hij, ‘ik moet wat bekennen. Ik kwam hier vandaag om een hoed te stelen, maar na jouw preek heb ik beslist dit niet meer te doen, waarvoor dank.’ De priester zei hem: ‘God zegene u mijn zoon! Was het tijdens m’n uiteenzetting over: ‘gij zult niet stelen’, dat je het besef kreeg dat je verkeerd zat?’

    ‘Neen,’ zegt de man, ‘het was tijdens je preek over overspel. Toen je daarover begon,  wist ik weer waar ik hem had gelaten.’

  • Brandweer

    Een brandweerman staat buiten bij de brandweerkazerne te sleutelen aan de motor van een pomp. Opeens hoort hij achter zich een lief stemmetje dat zegt:
    “Dag meneer de brandweer.”
    Hij draait zich om en ziet een klein meisje van een jaar of zes, dat in een bolderwagen zit. De bolderwagen is omgebouwd tot een brandweerwagen, compleet met ladder en brandslangen. De wagen wordt getrokken door een hond en een kat. Complimentjes makend over wat hij ziet loopt hij rondom de bolderbrandweerwagen. De hond is met een riem aan zijn halsband voor de kar gespannen. De kat, het blijkt een kater, zit vast aan de kar via een touwtje om zijn testikels. Een beetje verbaasd zegt de brandweerman tegen het lieve wicht:
    “Ik wil me er niet mee bemoeien, maar volgens mij trekt die kater de kar beter als je hem ook aan een halsband vastmaakt.”
    “Dat weet ik”, zegt het meisje, “maar dan heb ik geen sirene!”

  • Opdracht

    De onderwijzer gaf als onderwerp voor een opstel: “Als ik algemeen directeur van een groot bedrijf was …….”. Alle kinderen bogen zich over hun schrift en begonnen te schrijven, allemaal op één na. “Pieter, wanneer begin jij?” vroeg de onderwijzer.

    “Mijn secretaresse is er nog niet”, antwoordde Pieter.

  • Vertrouwen

    Een priester, die een wandeling maakt in de vrije natuur, sukkelt in het drijfzand. Wanneer hij ongeveer is weggezakt tot over zijn enkels, passeert er een brandweerwagen. – ‘Heeft u hulp nodig ?’, vragen de brandweerlieden. – ‘Nee, dank U, niet nodig, de Heer zal me bijstaan !’, antwoordt de priester. Wanneer hij tot zijn middel is weggezakt, passeert de brandweerwagen opnieuw en de brandweerlieden vragen : – ‘Heeft u hulp nodig ?’, – ‘Nee, nee, dank U, niet nodig, de Heer zal me bijstaan !’, antwoordt de priester weer. Wanneer enkel nog het hoofd van de priester boven het zand uitsteekt, passeert de brandweer een derde maal. – ‘Heeft U nog steeds geen hulp nodig ?’, vragen ze. – ‘Nee, nee, nee, niet nodig, de Heer zal me redden !’, antwoordt de priester. Uiteindelijk verdwijnt de priester helemaal onder het zand… Aangekomen in het paradijs zegt hij tot God : – ‘Ik ben echt wel naïef. Ik dacht werkelijk dat U me ter hulp zou zijn gekomen !’ En de Heer antwoordt : – ‘Ik heb je 3x de brandweer gestuurd. Ik zie niet in wat Ik nog meer kon doen…! 

  • De man

    God schiep de ezel en zei tot hem : “Je zult een ezel zijn, die constant zal
    werken en zware lasten op zijn schouders zal dragen. Je zult gras eten en
    intelligentie ontberen. Je zult 25 jaar leven.”
    De ezel antwoordde : “Op die wijze 25 jaar leven, dat is veel te lang!
    Alstublieft, geef mij 15 jaar te leven.” En zo geschiedde …
    Daarna schiep God de hond en zei tot hem : “Je zult een hond zijn, je zult
    je baas en alles wat hem toebehoort bewaken en je zult zijn beste vriend
    zijn. Je zult het afval van zijn tafel eten en 30 jaar leven.” De hond
    antwoordde : “30 jaar leven als een hond, dat is veel te lang! Alstublieft,
    geef mij maar 15 jaar te leven.” En zo geschiedde …
    Vervolgens schiep God de aap en sprak tot hem : “Je zult een aap zijn, je
    zult als een idioot van boom tot boom springen, je zult komisch zijn en 20
    jaar leven.” De aap antwoordde : “De idioot uithangen gedurende 20 jaar, dat
    is veel te lang! Alstublieft niet langer dan 10 jaar.”
    En zo geschiedde …
    Uiteindelijk schiep God de man en sprak tot hem : “Je zult een man zijn, het
    enige levende wezen op aarde met een denkvermogen. Je zult gebruik maken van
    je intelligentie om de heerser van de aarde te zijn, je zult de aarde en
    zijn bewoners domineren en je zult 30 jaar leven.” De man antwoordde : “Máár
    30 jaar? Dat is veel te weinig om er van te profiteren! Alstublieft geef mij
    de 10 jaar die de ezel weigerde, de 15 jaar van de hond en de 10 jaar van de
    aap.”
    En zo geschiedde ….
    Dat is de reden waarom vandaag een man 30 jaar leeft zoals een man, dominant
    en gelukkig. Vervolgens trouwt hij en leeft hij 10 jaar als een ezel, hard
    werkend en een zware last op zijn schouders dragend. Daarna komen er
    kinderen en leeft de man 15 jaar als een hond, die zijn huis en zijn
    bewoners bewaakt en krijgt wat de anderen niet wilden. Uiteindelijk komt
    zijn oude dag en leeft hij nog 10 jaar als een aap, de clown uithangend om
    zijn kleinkinderen te vermaken.
    Zoals hij gevraagd had …

  • Ik ben een jongetje

    Twee baby’s (een meisje en een jongetje) liggen in hun bedje. Zegt het jongetje: “Ik ben een jongetje!” Daarop reageert het meisje: “Hoe weet je dat?” “Nou, als onze moeders weg zijn, zal ik het je laten zien.” Als even later de moeders de slaapkamer hebben verlaten vraagt het meisje: “Laat je me nou zien, dat je een jongetje bent?” “Natuurlijk!” Het jongetje doet de dekentjes opzij…….. “Kijk maar, blauwe sokjes!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *