DUITS JONGETJE WIL EEN ORANJE SHIRT

Een Duitse familie gaat winkelen. Tijdens hun bezoek aan een sportzaak, pakt de zoon een Oranje shirt van het Nederland elftal uit het rek. Dan zegt hij tegen zijn zus: “Ik heb besloten dat ik Oranjefan ga worden en zou graag dit mooie oranje shirt willen hebben.” De grote zus reageert geïrriteerd en geeft hem een draai om z’n oren : “Ben je gek geworden? Ga dit maar eens met je moeder bespreken” Dus, het kleine jongetje met het Oranje T-shirt naar zijn moeder en zegt: “Ik besloten dat ik Oranjefan ga worden en zou graag dit mooie oranje shirt willen hebben.” De moeder reageert woedend en geeft hem twee tikken om z’n oren: “Ben je helemaal van lotje getikt? Scheer je weg en vraag je vader maar eens hoe hij er over denkt.” Dus de jongen gaat naar zijn vader en zegt: “Ik heb besloten Oranjefan te gaan worden en zou graag dit mooie oranje shirt willen hebben.” De vader wordt helemaal gek en slaat zijn zoon ter plekke ontoelaatbaar hard in zijn gezicht: “Geen zoon van mij zal in een dergelijk shirt rondlopen!” Ongeveer een half uur later zit de hele familie in de auto en is op weg naar huis. De vader keert zich tot zijn zoon en zegt: “Zoon, ik hoop dat je er iets van hebt geleerd vandaag” “Ja Vader, dat heb ik.” “Nou zoon, en dat is?” Antwoordt de zoon: “Ik ben nog maar een uur Oranjefan en ik heb nu al een hekel aan de Duitsers!”

Similar Posts

  • Jongen of meisje

    Er liggen twee baby’s naast elkaar in het ziekenhuis. Vraagt de ene baby aan de andere: ‘Ben jij een jongen of een meisje?’ ‘Een jongen!’ antwoordt de andere baby. ‘Hoe weet je dat?’ De jongen kijkt onder de dekens en steekt zijn voeten onder de dekens uit. ‘Kijk, blauwe sokjes!’

  • Geen vijanden

    Aan het eind van de mis vraagt de priester:
    “Hoeveel van jullie hebben hun vijanden vergiffenis geschonken ?”
    80 % steekt zijn hand op.
    De priester herhaalt zijn vraag met aandrang :
    “Hoeveel van jullie hebben hun vijanden vergiffenis geschonken ?”
    Iedereen steekt zijn hand op behalve 1 oud mannetje op de eerste rij.
    De priester vraagt aan het mannetje waarom hij zijn vijanden niet vergeeft.
    Waarop het kranige kereltje antwoordt : “Ik heb geen vijanden”.
    De priester gelooft zijn oren niet en vraagt hou oud de man eigenlijk is.
    “Ik ben 99 jaar en 11 maand”.
    Alle kerkgangers klappen in hun handen en prevelen “Proficiat”.
    Maar de priester zet door en spreekt de man aan :
    “Dat kan toch niet waar zijn, zo oud en echt GEEN vijanden ?”
    Waarop de grijsaard met een glimlach om de mond antwoordt :
    “Ze zijn allemaal dood !”

  • twee toeristen

    Twee toeristen bezoeken het plaatsje Natchitoches in Louisiana (VS). Ze discussiëren over hoe je nou eigenlijk de naam van dit plaatsje uitspreekt. Omdat ze er maar niet uitkomen, besluiten ze ergens in het dorp even een hapje te gaan eten. De ene toerist vraagt aan de blonde serveerster: “Mevrouwtje, kunt u eens, lángzaam en duidelijk uitspreken, voor twee simpele toeristen, hoe de plaats heet waar wij ons op dit moment bevinden?” De serveerster buigt zich over de tafel en zegt: “Buuuuuurrrrrrr-geeerrrrrr-kiiiiiiingggggggg…”

  • Moos

    Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
    Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
    Dat had hij beter niet kunnen doen.
    Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
    “Het Rode Kruis,” roept men van boven.
    Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

  • Terugkeer van Jezus

    Jezus zei tegen zijn Vader (God), ik zou graag eens terug naar de aarde willen terugkeren. Maar zoon sprak God dat is daar niet meer zoals 2000 jaar geleden. En toch zou ik het willen. “Ok”, zei z’n pa “pak een wereldkaart en een dartpijl en gooi en waar de Pijl zit daar ga je naartoe”. Jezus gooit kijkt en het is Ootmarsum, en weg was hij. Hij loopt op de Denekamperstraat en denkt “ik ga toch eens een wonder doen”. Er komen daar twee mensen in een Tuk Tuk aangereden, Jezus doet ze stoppen en zegt: ”sta op en wandel en herhaalt sta op en wandel!”.

    De twee kijken naar mekaar en een antwoord “Ben je gek man, we hebben deze gehuurd  en betaald voor 2 uur hé!”.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *