Jantje

Jantje loopt langs het huis van de burgemeester en spuugt tegen het raam. De burgemeester komt boos naar buiten en vraagt: “Wat zou jouw moeder ervan vinden als ik bij jullie tegen het raam spuug?” Jantje: “Dat zou ze heel knap vinden, wij wonen op de tiende verdieping!”

Similar Posts

  • Blonde moeder

    Een kleine jongen komt huilend thuis van school.

    “Wel”, zegt zijn moeder (van nature blond),” wat scheelt er”?

    “Ik heb een nul voor aardrijkskunde gekregen”, zegt hij, ”ik wist niet waar Polen ligt”.

    “Verdorie”, zegt zijn moeder, “hoe kan dat nou, geef me even de kaart van Nederland.

    Ze zoekt en zoekt maar vindt het niet en zegt: “Deze kaart is niet gedetailleerd genoeg, geef me maar de kaart van Twente.

    Na lang zoeken zegt ze: “Dat is toch onmogelijk, ik vind het hier ook niet en toch kan het niet ver weg zijn want, onze werkster komt uit Polen en ze is altijd met de fiets”.

  • Nederlandse les

    Nederlandse les en de juf vraagt: Wie kan er een zin vormen met de woorden ‘waarschijnlijk’ en ‘want’ ?’ Peter steekt zijn vinger in de lucht en zegt: WAARSCHIJNLIJK gaan wij naar Disneyland, WANT mijn vader heeft kaarten gekocht. Zeer goed ! zegt de juf, ‘Wie kan dat ook?’ Pietje steekt ook zijn vinger in de lucht ! Juffrouw slaat haar ogen ten hemel en denkt al: ‘Wat nu weer ?! Ja Pietje, probeer maar’, zegt ze bemoedigend. En Pietje zegt; ‘Mijn moeder ging met de krant naar ‘t toilet…’ Maar Pietje toch ! Dat heeft er helemaal niets mee te maken !’ Wacht, wacht ik ben nog niet klaar!’ roept Pietje. ……WAARSCHIJNLIJK moest ze poepen, WANT lezen kan ze niet.’

  • De bootreis

    Er zit een meisje in een café nogal sip te kijken en te zuchten. Een jongen gaat naar haar toe, en vraagt wat er aan de hand is. ‘Nou,’ zegt het meisje, ‘ik zou zo graag mijn zus eens bezoeken in Zuid-Afrika, maar de bootreis is veel te duur.’ ‘O, maar dat komt goed uit,’ zegt de jongen, ‘want ik ben matroos. Ik wil je best in mijn plunjezak het schip op smokkelen.’ ‘Dat zou geweldig zijn,’ zegt het meisje, ‘maar wat moet ik daar voor doen?’ ‘Nou,’ zegt de jongen, ‘ik kom je elke avond eten brengen. En dan zou ik het fijn vinden als ik een half uurtje bij je mag komen liggen.’ ‘Dat is wel goed,’ zegt het meisje. Dus wordt het meisje het schip op gesmokkeld. Elke avond komt de matroos haar eten brengen, en blijft dan een half uurtje bij haar. Na drie weken vindt het meisje de reis wel lang gaan duren. Ze besluit maar eens naar boven te gaan. Boven gekomen ziet ze de kapitein lopen, en aan hem vraagt ze: ‘Kapitein, duurt het nog lang voordat we in Zuid-Afrika zijn?’ ‘Nogal,’ zegt de kapitein, ‘want dit is de veerboot naar Texel.’

  • GAAT SLECHT MET HET NEDERLANDS ELFTAL

    Ronald Koeman belt naar Gert-Jan Verbeek. Hij klaagt: “Het gaat zo slecht met het Nederlands elftal. Nu dreigen we ook op het EK ten onder te gaan… Weet jij daar nou niets op?” “Tja,” zegt Gert-Jan Verbeek, “als mijn jongens eens slecht spelen, als ze al eens slecht spelen, dan laat ik ze een partijtje voetballen tegen een stel etalagepoppen. Dat is goed voor het zelfvertrouwen.” “Dat vindt Ronald een goed idee” en hij gaat meteen een stel etalagepoppen kopen. Een uurtje later belt Ronald weer op naar Gert-Jan: “Gert-Jan,” zegt hij, “we staan met 3-0 achter, wat moet ik nou doen?”

  • Opdracht

    De onderwijzer gaf als onderwerp voor een opstel: “Als ik algemeen directeur van een groot bedrijf was …….”. Alle kinderen bogen zich over hun schrift en begonnen te schrijven, allemaal op één na. “Pieter, wanneer begin jij?” vroeg de onderwijzer.

    “Mijn secretaresse is er nog niet”, antwoordde Pieter.

  • Vakantie

    Er waren eens 2 onderbroeken in de wasmand. Zegt de ene onderbroek: “ik ga binnenkort op vakantie.” Zegt de andere onderbroek: “Ik hoef al niet meer op vakantie, want ik ben al bruin genoeg!”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *