Is mijn uur gekomen?

Een vrouw van 46 krijgt een hartaanval en ligt in het ziekenhuis. Terwijl ze op de operatietafel ligt, dichtbij de dood, krijgt ze een visioen. Ze ziet God en vraagt: ‘Is mijn uur gekomen?’ God antwoordt: ‘Nee, je hebt nog 43 jaar, 2 maanden en 8 dagen tegoed’. Bij het ontwaken uit de verdoving, besluit ze een facelift en een liposuctie te laten doen, haar lippen te laten opspuiten met collageen, haar borsten te laten corrigeren… Kortom: ! ‘The Works’. Nu ze weet dat ze nog lang te leven heeft, loont het ruim de moeite. Na haar laatste operatie komt ze totaal gerenoveerd uit het ziekenhuis en wordt gegrepen door een ambulance bij het oversteken van de straat. Dood. In de hemel aangekomen vraagt ze aan God: ‘Ik dacht dat ik nog meer dan 40 jaar tegoed had ! ‘Waarom heb je me laten omver rijden door die ambulance ?’ Zegt God: ‘Meid, ik had je niet herkend !!!’

Similar Posts

  • Een bedelares

    Een bedelares: “Een kleinigheid, alstublieft. Mijn man is zwaar ziek.”

    De man des huizes: “Ik ben erg blij dat te horen!”

    Bedelares: “Blij ?!?”

    De man: “Ja, toen u verleden maand bij mij aanklopte, vertelde u dat hij gestorven was.”

  • Nieuwe Tuinman

    De paus krijgt een nieuwe tuinman. De kardinaal die het sollicitatiegesprek voert zegt tegen de nieuwe tuinman in wording: “De paus houdt van de geur van vers gemaaid gras. Als je aan het maaien bent loopt de paus graag langs en stelt altijd twee vragen. Wie stierf er aan het kruis voor onze zonden? En waar vond dit plaats? Nu heb je de grasmaaier. Op het linker wiel staat het antwoord op de eerste vraag en op het rechter wiel staat het antwoord op de tweede vraag. Er gaat een weekje overheen en de tuinman is druk aan het maaien. Dan staat ineens de paus naast hem. “Beste man”, zegt de paus, “mag ik je een vraag stellen?” “Natuurlijk, uwe heiligheid”, zegt de tuinman. “Weet jij wie er voor onze zonden aan het kruis is gestorven?” De tuinman kijkt schrijlings naar het linkerwiel van de maaier en antwoordt: “Jezus Christus.” “Heel goed mijn beste, weet je ook waar dit plaatsvond?” De tuinman kijkt nu op het rechterwiel en antwoordt: “Golgotha.” Nu vraagt de paus ineens: “Weet je ook wie daar bij waren?” De tuinman slaat zijn ogen neer op zoek naar een antwoord en komt met: “Black en Decker?”

  • IJsheiligen

    De pastoor is in de sacristie gestruikeld over een paar schaatsen.

    “Zeg op, van wie zijn ze”? vraagt hij aan de misdienaars.

    “Waarschijnlijk van één van de ijsheiligen”, antwoordt Jantje.

  • Doofstommenavond in de kroeg

    Elke vrijdagavond ontvangt een café-eigenaar het doofstomme vrijgezellenclubje. Als hij op vrijdagochtend ziek blijkt te zijn, belt hij zijn broer op: “Zeg Jan, ik ben ziek. Maar vanavond komt dat doofstomme vrijgezellenclubje, en dat zijn goeie vaste klanten. Dus ik kan het niet maken om het café gesloten te houden. Zou jij vanavond voor mij willen invallen?” Zijn broer vindt het niet erg om in te vallen. Hij gaat van tevoren nog even langs bij Kees om instructies te krijgen. “Het is helemaal niet moeilijk,” zegt Kees, “die jongens drinken de hele avond alleen maar bier en borrels. Als ze een vinger opsteken, dan willen ze bier, en als ze twee vingers opsteken dan willen ze een borrel. Dat is alles.” Die avond gooit Jan het café open, en daar komt de doofstomme club. Jan neemt de bestellingen op: bier, borrel, bier, bier, borrel… Alles gaat goed. Maar plotseling beginnen de doofstommen allemaal met hun hoofden te draaien en hun monden te happen. Jan weet niet goed wat hij moet doen. Hij gooit 50 frikandellen in de frituur, en serveert daarna broodjes frikandel uit. De doofstommen beginnen te eten, drinken nog wat, en even later beginnen ze weer met hun hoofden te draaien en hun monden te happen. Ten einde raad belt Jan zijn broer op: “Zeg Kees, in het begin ging het goed, maar nou beginnen ze steeds met hun hoofden te draaien en hun monden te happen. Ik snap echt niet wat ze willen.” “O sorry,” zegt Kees, “dat ben ik vergeten te zeggen: dan zitten ze het clublied te zingen.”

  • Twee Blondjes

    Twee Amsterdamse blondjes zitten op een terras aan een gracht. Zegt er een: “ik heb mijn rijexamen gedaan”. “O ja”, zegt de ander “en hoe was het”. “Niet goed” zegt de eerste “weer verkloot”. “Ik kom bij een rotonde en daar staat een bord waar 30 op staat, dus ik rij netjes 30 keer rond”. “Ai” zegt de ander, “en heb je verkeerd geteld of zo?”

  • Poehpoeh

    Een toerist is op vakantie in de woestijn, en hij wil tocht maken op een kameel. Hij gaat naar een kameeldrijver om een kameel te huren. Die zegt: “Als je wilt dat hij gaat lopen moet je ‘poeh’ zeggen. Als je wilt dat de kameel gaat rennen moet je ‘poehpoeh’ zeggen. Als de kameel moet stoppen roep je ‘hola’. De man rijdt een tijdje rond op een kameel. Opeens ziet hij dat het kameel op een ravijn afrent. Snel roept hij ‘Hola!’, en de kameel stopt nét voor de afgrond. De man haalt opgelucht adem, en zegt “poehpoeh”!

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *