Waarheidsmachine

  • Er staat een boer bij een waarheidsmachine op de pier van Scheveningen. Gooi je er een kwartje in, dan mag je een vraag stellen. Die boer zegt:
    “Waar is m’n vader?”
    Waarop de waarheidsmachine antwoordt:
    “Die staat te vissen op de Pier in Vlissingen.”
    Zegt de boer:
    “Hahaha, dat kan niet, mijn vader is allang dood.”
    Zegt de exploitant van die machine:
    “Ik snap het niet. Dat ding is goed, mankeert niks aan. Weet u wat u doet? Formuleer de vraag eens anders.”
    “Ok,” zegt de boer, “Waar is de wettige echtgenoot van mijn moeder?”
    Zegt dat apparaat:
    “Die is dood, maar je vader staat te vissen op de pier in Vlissingen!”

Similar Posts

  • Raam open

    Sta ik laatst in de file, draait die vent naast mij zijn raampje open….. Ik denk dat die iets wil vragen en draai ook mijn raampje open….

    Zegt de vent: “Ook een scheet gelaten?”.

  • Slimme Pietje

    Pietje zit al weken verveeld voor zich uit te staren in de klas. De juf krijgt het op haar zenuwen en vraagt: ‘Pietje, wat is jouw probleem ?’ Pietje antwoordt: ‘Ik ben veel te slim voor de 1e klas. Mijn zusje zit in de derde klas maar ik weet veel meer dan zij en dus moet ik óók eigenlijk naar de 3e klas’. De juffrouw vindt dat een moeilijke kwestie en spreekt erover met de directeur. Terwijl Pietje buiten het kantoor van de directeur moet wachten legt de juffrouw het probleem aan hem uit. ‘Laat hem binnenkomen, dan zal ik hem even persoonlijk testen’ zegt de directeur .. ‘Als hij ook maar èèn vraag niet kan beantwoorden dan blijft hij gewoon in de 1e klas’. De juffrouw gaat hiermee akkoord en Pietje mag binnenkomen. De directeur: ‘Hoeveel is 3 x 3’? Pietje: ‘9’ Directeur: ‘Hoeveel is 6 x 6 ?’ Pietje; ’36’ En zo beantwoordt Pietje alle vragen die eigenlijk een derdeklasser pas behoort te weten. De directeur kijkt de juffrouw aan en zegt ‘Ik denk dat Pietje best wel naar de 3 klas kan gaan’ Maar de juffrouw twijfelt nog steeds en vraagt of ze óók nog een paar vragen mag stellen. De directeur gaat hiermee akkoord en de juffrouw stelt haar eerste vraag; ‘Waarvan heeft een koe er vier, terwijl ik er maar twee heb?’ Pietje: ‘benen’ De Juffrouw; ‘Wat heb jij in je broek en ik niet?’ Pietje: ‘Zakken’ De Juffrouw: ‘Wat begint met een K en eindigt met een T, is behaard, ovaal en smakelijk?’ Pietje: ‘een kokosnoot’ Intussen zakte de mond van de directeur ver open van verbazing. De juffrouw vervolgde met: ‘wat gaat er hard en stijf naar binnen en komt er zacht en slap uit?’ Pietje: ‘kauwgum’ De Juffrouw: ‘Wat doet een man rechtopstaand, een vrouw zittend en een hond op drie poten?’ Pietje; ‘Een hand geven’ De Juffrouw: ‘noem een Engels woord dat begint met een F en eindigt met een K’ Pietje; ‘Firetruck’ De directeur zucht heel diep en zegt: ‘Laat hem maar naar de vijfde klas gaan, want die laatste zes vragen had ik al allemaal fout’.

  • Alcohol controle

    Een man komt uit een café, stapt zijn auto in en rijdt richting huis.
    Na 200 meter wordt de man aangehouden door een politieagent.
    Agent: “Goedenavond meneer, wij doen een alcoholcontrole. Wilt u even op het pijpje blazen?”
    Man: “Dat gaat niet want ik heb astma. Als ik op zo’n pijpje blaas heb ik voorlopig geen lucht meer.”
    Agent: “Gaat u dan even mee naar het bureau, dan kunnen wij een bloedproef doen.”
    Man: “Dat kan ook niet want ik heb bloedarmoede. Als u me een keer prikt, loop ik leeg.”
    Agent: “Dan vrees ik dat u even uit moet stappen en over die witte lijn moet lopen.”
    Man: “Dat kan ook niet.”
    Agent: “Waarom niet?”
    Man: “Ik ben stom lazarus.”

  • De bootreis

    Er zit een meisje in een café nogal sip te kijken en te zuchten. Een jongen gaat naar haar toe, en vraagt wat er aan de hand is. ‘Nou,’ zegt het meisje, ‘ik zou zo graag mijn zus eens bezoeken in Zuid-Afrika, maar de bootreis is veel te duur.’ ‘O, maar dat komt goed uit,’ zegt de jongen, ‘want ik ben matroos. Ik wil je best in mijn plunjezak het schip op smokkelen.’ ‘Dat zou geweldig zijn,’ zegt het meisje, ‘maar wat moet ik daar voor doen?’ ‘Nou,’ zegt de jongen, ‘ik kom je elke avond eten brengen. En dan zou ik het fijn vinden als ik een half uurtje bij je mag komen liggen.’ ‘Dat is wel goed,’ zegt het meisje. Dus wordt het meisje het schip op gesmokkeld. Elke avond komt de matroos haar eten brengen, en blijft dan een half uurtje bij haar. Na drie weken vindt het meisje de reis wel lang gaan duren. Ze besluit maar eens naar boven te gaan. Boven gekomen ziet ze de kapitein lopen, en aan hem vraagt ze: ‘Kapitein, duurt het nog lang voordat we in Zuid-Afrika zijn?’ ‘Nogal,’ zegt de kapitein, ‘want dit is de veerboot naar Texel.’

  • Dikke en Dunne

    Er loopt een dikke man over straat met naast ‘m zijn hele dunne vriend. De dikke man zegt tegen de dunne:

    “Als ik jou zie, dan denk ik altijd dat er in Nederland hongersnood heerst.”

    Waarop zijn dunne vriend antwoordt:

    “En als ik jou zie, dan denk ik dat jij daar de oorzaak van bent!”

  • Metaaldetector

    Een jonge dame liep met haar metaaldetector van de parking over het veld naar de camping. Een boswachter hield haar staande en zei:
    “ik geef je een bekeuring, zoeken met een metaaldetector is hier verboden.”
    “Maar ik zoek helemaal niet”, repliceerde ze.
    “Ja maar je hebt er wel de uitrusting voor”, was zijn antwoord.
    “Dan dien ik een klacht in voor verkrachting”, zei ze.
    “Maar ik heb je toch helemaal niet verkracht.”
    “Nee maar je hebt er wel de uitrusting voor.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *