Uitknijper

Op de kermis staat een krachtpatser die een citroen helemaal uitknijpt. Er wordt een beloning uitgeloofd voor degene die er nog een druppel uitkrijgt. Allerlei sterke mannen knijpen in de citroen zo hard als zij kunnen, maar er komt geen druppel meer uit. Dan komt er een miezerig mannetje naar voren.

Hij knijpt een hele straal sap uit de citroen. Verbaasd vraagt de krachtpatser of het mannetje aan krachttraining doet. “Nee hoor”, zegt het mannetje, “ik ben belastingambtenaar.”

Similar Posts

  • Snelheid

    Een vrouw staat met haar Smart met autopech langs de snelweg, komt er een
    man in een Porsche voorbij.
    “Zal ik je een sleepje geven naar de dichtsbijzijnde garage?” vraagt de
    Porsche rijder.
    “ja graag!” antwoordt de vrouw.
    Zo gezegd, zo gedaan, de Smart werd met een sleepkabel aan de Porsche vast
    gemaakt.
    “Als ik te hard ga moet je maar toeteren!” glimlacht de man.

    Even later, onderweg, scheurt er een Ferrari met 250 km/u voorbij. De
    Porsche rijder vergeet helemaal de sleep en scheurt achter de Ferrari aan.

    Later die avond komt een agent bij de commissaris en zegt:
    “Je gelooft nooit wat ik heb gezien! Komt er eerst een Ferrari met 250 km/u
    voorbij flitsen. Direct daarachter zat een Porsche die hem bij probeerde te
    houden. En achter de Porsche reed een Smart die toeterde of hij er voor bij
    mocht gaan!”

  • Shit

    Jack ging met z’n vriend Bob skiën. Ze namen Jack’s busje en reden noordwaarts.Nadat ze enkele uren gereden hadden kwamen ze in een verschrikkelijke sneeuwstorm terecht, dus stopten ze bij een nabij gelegen boerderij en vroegen de jonge aantrekkelijke dame die de deur opende of ze konden overnachten.

    ‘Ik ben me ervan bewust dat het buiten slecht weer is, maar ik ben onlangs weduwe geworden,’ zei ze. Ik ben bang dat de buren zullen praten als ik jullie in mijn huis laat overnachten.’

    ‘Wees gerust’, zei Jack. ‘ We zijn blij genoeg om in de schuur te mogen slapen. En als het weer verbetert zullen we bij dageraad  vertrekken. De dame stemde in en de twee mannen gingen naar de schuur waar ze de nacht doorbrachten. De volgende ochtend was het weer opgeklaard en ze gingen verder op weg.

    Ze genoten van een fantastisch skiweekend. Maar 9 maanden later kreeg Jack onverwacht een brief van een advocaat. Het duurde enkele minuten voor hij het begreep, dat het van de advocaat van de aantrekkelijke dame was, die hij tijdens het skiweekend ontmoet had . Hij ging bij zijn vriend Bob langs en vroeg: ‘Bob, herinner je je aan die knappe weduwe van die boerderij waar we 9 maanden geleden tijdens ons skiweekend verbleven?’ ‘Ja’, antwoordde Bob. ‘Euh, ben je die nacht toevallig opgestaan en naar het huis gegaan om haar te bezoeken?’ ‘Wel, euh, ja’, zei Bob een beetje verlegen dat hij betrapt was. ‘Ik moet toegeven dat ik dat gedaan heb.’ ‘En heb je mijn naam in plaats van je eigen naam gebruikt?’ Bob’s gezicht werd vuurrood en hij zei: ‘Tja, kijk, het spijt me, vriend. Ik ben bang van wel. Waarom vraag je dat?

    ‘Ze is net gestorven en heeft me alles nagelaten.’

  • Bejaarden

    Er zitten twee mannen in een bejaardenhuis.
    Zegt de één tegen de ander:
    Ik voel me weer zo jong;
    ik heb wel 50 rondjes om het huis gelopen.”
    Zegt de ander:
    “Ik voel me ook weer zo jong;
    ik heb weer in m’n broek geplast!

  • Hoe oud ben ik?

    Meester is jarig. Hij vraagt aan de kinderen: “Raad eens hoe oud ik geworden ben.”
    Zegt Jantje: “58.”
    “Mis.”
    Zegt Marietje: “49.”
    “Ook mis.”
    Richie: “Meester, u bent 42 geworden.”
    “Goed zo, m’n jongen. Hoe heb je dat zo goed geraden?”
    “Nou meester, dat zit zo: mijn broer is 21 en da’s een halve idioot.”

     

  • Praten

    Gert zegt tegen John “De mijne is de stem kwijt. Geen ene pil die helpt! Ze heeft al 2 dagen niks tegen me gezegd! Ik weet niet wat we nog kunnen doen!”

    “Simpel” zegt John “Probeer vannacht heel laat thuis te komen, dan gaat ze direct weer praten!”

  • Moos

    Moos gaat voor het eerst in zijn leven skiën. Les nemen vindt hij zonde van het geld, dus suist hij bij zijn eerste afdaling, niet geremd door enige kennis of vaardigheid, met een noodgang over de zwarte piste.
    Waardoor hij een bordje ‘Lawine gevaar’ niet ziet. Als Moos, na een adembenemende afdaling, dankzij een bovenmenselijke inspanning nog net voor een vreselijk diep ravijn tot stilstand weet te komen, slaakt hij een diepe zucht van verlichting.
    Dat had hij beter niet kunnen doen.
    Tien tellen later ligt hij onder drie meter sneeuw. Onmiddellijk rukken de reddingswerkers uit. Zodra Moos gelokaliseerd is, steken ze een lange pijp in de sneeuw om Moos wat lucht te verschaffen. Moos ziet de pijp vlak boven zijn hoofd door de sneeuw verschijnen. “Wie is daar?” roept hij.
    “Het Rode Kruis,” roept men van boven.
    Waarop Moos zegt: “Maar, daar heb in Amsterdam al voor  gegeven.”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *