TSM
The Swinging Musicals deze week op de voorgrond. Als er bezoekers zijn van de site die volledige naam van de drummer weet dan horen we dat erg graag op dehelenas@gmail.com.

The Swinging Musicals deze week op de voorgrond. Als er bezoekers zijn van de site die volledige naam van de drummer weet dan horen we dat erg graag op dehelenas@gmail.com.

Het Trio Vitaal deze week op de voorgrond. Helaas hebben we verder geen gegevens van de mannen die ergens uit de omgeving van Nijmegen zouden moeten komen. Als u meer weet dan horen we dat uiteraard graag.


Wilhelmus Jacobus (Willem) Duyn (Haarlem, 31 maart 1937 – Emmen, 4 december 2004) was een Nederlandse zanger die furore maakte als Big Mouth van het duo Mouth & MacNeal. Hij viel op door zijn forse bouw en forse beharing (hoofdhaar en baard).
In de jaren zestig was hij o.a. zanger bij de “Whiskers” en maakte hij deel uit van de tweede bezetting van de Jay-Jays, met o.a. Cees Kranenburg jr.. (drums), Hans Jansen (orgel) en Kees Vennick(sax). Zij waren de opvolgers van de Shadowband en The Jumping Jewels, de begeleidingsband van Johnny Lion. Willem Duyn was daarna ook een bekende diskjockey in een discotheek in Den Helder.
In 1971 vormde de voormalige constructiebankwerker een popduo met Maggie MacNeal. In 1972 scoorden zij een internationale hit met het door producer Hans van Hemert geschreven How do you do Het liedje bereikte in de zomer van 1972 zelfs de top 10 van de Amerikaanse hitparade. In 1974 vertegenwoordigden ze Nederland op het Eurovisiesongfestival met het lied Ik zie een ster, waarmee ze de derde plaats behaalden. In eigen land hadden ze hiermee eveneens succes en stonden ze veertien weken in de hitparade.
In datzelfde jaar werd het duo ontbonden en trad Duyn verder op met Little Eve (Ingrid Kup), met wie hij ook trouwde. Vanaf 1978 trad hij solo op als Big Mouth, later onder zijn eigen naam. In 1979 behaalde hij een hit met het autobiografische lied Willem, een cover van Darling. Willem kreeg in 1982 een vervolg met het eveneens autobiografische lied Wat een rare man. Duyn nam in 1992 tijdelijk de plaats in van Bennie Jolink, zanger van de band Normaal, toen deze zwaargewond raakte. In september van dat jaar scoorde hij met Normaal nog een bescheiden hit met “Woenderbar”. Hoewel Duyn nog vele (solo)singles uitbracht, bereikte hij nooit meer het succes dat hij boekte met Mouth & MacNeal.
Duyn was jarenlang woonachtig in Almelo en Wierden, en woonde later in het Drentse plaatsje Roswinkel. Hij kreeg op 67-jarige leeftijd thuis een hartstilstand en overleed onderweg naar een ziekenhuis. Duyn is twee keer getrouwd geweest en had zes kinderen,
Op 21 maart 2012 verscheen over Mouth & MacNeal de biografie “Duo tegen wil en dank”, geschreven door de voormalige fanclubvoorzitter Roel Smit.
Bovenstaande gegevens komen van Wikipedia.

Tony Bass, pseudoniem van Thieu Baats (Eindhoven, 12 maart 1934 – Valkenswaard, 11 oktober 2005) was een Nederlands zanger en liedjesschrijver. Hij werd bekend in de jaren 60 van de twintigste eeuw. Hij maakte vooral naam met enkele carnavalskrakers. Zijn eerste grote hit was Dat is het einde (1965).
Zijn meest succesvolle single Ik ben met jou niet getrouwd (1968) – een Nederlandse tekst op de muziek van het Spaanstalige nummer Salud, dinero y amor van Digno García y los Carios – werd opnieuw uitgebracht in 1989 en gecoverd door Doenja in 2017. In 1969 scoorde hij met het lied Gina Lollobrigida weer een grote hit, geschreven en geproduceerd door Jack de Nijs (Jack Jersey) over de Italiaanse filmactrice. Zijn carnavalshit Bij ons staat op de keukendeur, geschreven door Wim Kersten, dateert van 1970.
Bron; Wikipedia

3 weken geleden hebben we nog een foto van Yellowstone geplaatst en dat doen we vandaag weer. De reden daarvan is dat we van Gert Vos onlangs een biografie over zijn leven als muzikant hebben gekregen. Uiteraard zijn we Gert erg dankbaar en hopen dat meer muzikanten dit voorbeeld willen volgen en hun biografie willen doorsturen naar www.helenas.nl.
De Biografie
Het is 1988, ik ben net een paar weken uit militaire dienst en besluit dat ik, na jaren orgel les en thuis fröbelen, ga proberen aansluiting te zoeken bij een bandje.
Het huiskamerorgel wordt ingeruild voor een “portable orgel”, waarbij moet worden opgemerkt dat bij “portable” moet worden verstaan dat je met minimaal 4 man dat ding tilt.
En behalve het orgel maakt ook een enorme Leslie kast deel uit van het draagbare setje.
In een lokaal weekkrantje zie ik een advertentie staan, hobbyband zoekt toetsenist.
Als ik bel (email bestond nog niet) word ik gelijk uitgenodigd voor een auditie, toetsenisten waren kennelijk niet makkelijk te vinden. En zo gebeurde het dat ik met het orgel op de achterbank en de leslie kast in de kofferbak in mijn Opel Kadettje naar de plaatselijke speeltuin toerde. Door het gewicht van mijn nieuwe aanschaf leek het of ik ieder moment met het Opeltje zou opstijgen; de motorkap wees omhoog terwijl de vonken van de over het wegdek schurende trekhaak spatten. Maar ik kwam er mee op plaats van bestemming en na het spelen van een aantal liedjes was ik aangenomen. Ik zat in mijn eerste bandje!
Het bandje was niet lang geleden opgestart en had nog geen naam. Daar werd hard over nagedacht en uiteindelijk werd gekozen voor de naam “Uptime”, een niets betekenend woord, maar zo wisten we bijna zeker dat er geen andere band was met dezelfde naam.
We oefenden oeverloos, al hadden we nog niet alle benodigde apparatuur. Zo speelde de bassist bij gebrek aan basversterker over mijn lesliekast. Dat gaf een beetje het effect alsof hij met zijn bas in het aquarium stond te spelen, maar we konden in ieder geval van start.
Helaas, al het repeteren ten spijt, bleven de optredens beperkt tot het muzikaal omlijsten van evenementen bij de speeltuin waar we oefenden. Het kwam niet echt van de grond, wat uiteindelijk resulteerde in een aantal wisselingen. Links en rechts mochten we wel eens een keertje spelen, maar een volle agenda werd het niet.
Tot die avond toen ik thuis kwam na een repetitie en mijn vader mij wees op een briefje dat op tafel lag. Daarop stond een telefoonnummer dat ik moest bellen, ongeacht hoe laat het zou worden. Het was al na elven en ik voelde mij best bezwaard, maar mijn vader zei “bel nou maar”. Ik draaide het nummer en kreeg ene Alwie Middelkamp aan de telefoon. Hij was de drummer en leider van een gerenommeerde band uit Almelo. Hij vertelde mij dat zijn toetsenist uit Dinxperlo kwam en een band had gevonden die dichter bij hem in de buurt aan de weg timmerde. Hij stopte bij Yellowstone. Alwie was getipt door de eerste drummer van Uptime en had die avond tijdens de repetitie buiten staan luisteren. Blijkbaar was hij enthousiast over wat hij had gehoord want hij wilde mij graag als vervanger voor Bennie.
Ik stond voor een moeilijke keus, want ik wilde mijn maatjes ook niet in de steek laten.
Maar combineren was geen optie, met Yellowstone was je gewoon ieder weekend op pad.
Dat trok mij natuurlijk ook wel. En zo besloot ik toch de stoute schoenen aan te trekken en me beschikbaar te stellen voor een auditie. De zanger van de band bracht mij een cassettebandje met opnames van een optreden zodat ik thuis alvast wat kon oefenen.
Ik luisterde ernaar en was onder de indruk. Mocht ik echt in deze band spelen?
Ik deed auditie in een boerenschuur in, als ik het mij goed herinner, de omgeving van Losser. Daar bleek ook gitarist Manuel Balfour zijn plek beschikbaar te stellen. Zijn vervanger werd Joop van Liefland, de man die enkele jaren later Ilse de Lange zou ontdekken.
Het pleit was snel beslecht, het klonk goed en Joop en ik waren de nieuwe gezichten binnen de band Yellowstone. En na een aantal repetities stonden wij in februari 1990 voor het eerst op het podium bij zaal de Tankenberg in Oldenzaal. Mijn orgel had ik inmiddels verruild voor keyboards (en een set baspedalen om als duo de middagpartijen te spelen), en de Kadett had plaats gemaakt voor een Ascona.
Ik beleefde er veel plezier aan om met deze doorgewinterde muzikanten op pad te mogen.
Joop en bassist Bert Bokhove speelden ook zeer incidenteel in countryband Neighboars and Friends. Of ik het leuk vond om mee te doen, want met Pinksteren moesten ze optreden in de grote feesttent in Bornerbroek. Dat leek me een hele leuke uitdaging dus zei ik ‘ja’.
Naast Joop en Bert bestond deze band uit zanger/gitarist/ presentator Johan Vollenbroek en drummer Willem Ulenreef. Voor deze gelegenheid zou ook een zangeres een aantal nummers meedoen. Het bleek de 16 jarige Ilse de Lange uit Almelo te zijn. Joop gaf haar al een tijdje gitaarles en ze bleek tevens een hele mooie stem te hebben. Ze traden al samen als duo op, en nu dus met band op de Pinksterfeesten. Na de Pinksterfeesten heb ik nog een paar optredens met Joop en Ilse mogen doen, onder andere voor KRO’s Country Time op, toen nog, Hilversum 2.
Ik had inmiddels een vaste baan en in 1995 kocht ik mijn eerste huisje.
Een opknappertje uit de jaren ‘30, maar ik was op mezelf en had het er prima naar m’n zin.
Vlak voor ik in 1996 de badkamer wilde verbouwen raakte ik door een reorganisatie mijn baan kwijt. Ik raakte een beetje in paniek. Hoe ging ik nu alle kosten betalen?
Ik zocht naar vacatures en kwam weer een advertentie tegen van een band die een toetsenist zocht. Het betrof dit keer zelfs een professionele band. Wow, hoe gaaf zou het zijn om met de muziek je boterham te kunnen verdienen?
Ik belde, maar ze bleken reeds keus uit 13 toetsenisten te hebben. Blijkbaar waren er toch meer dan ik dacht. Niet lang erna kreeg ik een belletje terug. Het was Toon Eppink die zei dat ze me toch een kans wilden geven. Mijn vraag om welke band het ging bleef onbeantwoord. Toen ik zei dat de naam Toon Eppink me wel heel bekend voorkwam zei hij “dan kan ik het ow ok wal vertell’n, wi-j bunt The Spitfires”. Potverdikke, zou ik dat aankunnen? Ik twijfelde toen al vaak aan mezelf. Ik deed auditie en daarna was het best een lange tijd stil. Mijn vertrouwen en geduld raakten op en ik belde Toon terug met de vraag of ze er al uit waren. Hij zou het zo snel mogelijk laten weten. Een half uurtje later belde hij mij om te zeggen dat ze het wel “met mij wilden proberen”. Legendarische woorden die ik niet meer vergeet.
Ik moest mijn maatjes van Yellowstone inlichten, die waren natuurlijk niet blij met mijn aanstaande vertrek, maar ze begrepen mijn situatie gelukkig wel. We schrijven augustus 1996, een maand later zat ik in de studio voor de opnames van de derde cd van The Spitfires. Zes jaar lang trok ik met de band, voorzien van een kaboutermuts, door het oosten van land. In 2003 eindigde het, zoals wel vaker in de muzikantenwereld, door interne strubbelingen. In de jaren die volgden speelde ik in diverse (vaak zelf opgerichte) bandjes en viel af en toe in bij Partyband Heer en Meester. In augustus 2023 werd ik daar de vaste toetsenist na het vertrek van Erik.
Muziek maken houdt je jong, en met deze band is het plezier er weer zoals het vroeger was. Gewoon lekker samen een feestje bouwen en plezier maken. Dat hoop ik uiteraard nog jaren vol te houden, het leven is kort, dus je moet er van genieten!
En dat doen we, met volle teugen !!!

De muzikanten zijn: Alwie Middelkamp, Bert Bokhove, Gert Vos, Robert Preij en zangeres Mieke Döppen
Peter Beil, geboren als Tom Karrasch (Hamburg, 9 juli 1937 – aldaar, 13 april 2007) was een Duitse schlagerzanger, trompettist, componist en orkestleider.
Carrière
Als 12-jarige nam Peter Beil vioolonderricht. Ook speelde hij in een blaasorkest als trompettist. Na afsluiting van de lagere school volgde hij een commerciële opleiding. Daarna kreeg hij een baan als medewerker op de Hamburgse luchthaven. Ten slotte studeerde hij aan de Staatlichen Musikhochschule klassieke trompet. In de weekends trad hij met een studievriend op feesten op. De groep werd groter (6 leden) en noemde zich Crazy Combo, met als leadzanger Peter Beil. In 1958 kreeg de band de mogelijkheid om in de uitzending Toi, toi, toi van Peter Frankenfeld op te treden, waarna Peter Beil een contract kreeg aangeboden van het platenlabel Fontana Records. De eerste opnamen liepen op niets uit, maar met het nummer Corinna, Corinna (1961) kwam de doorbraak en een wekenlange notering in de Duitse hitparades. Onder het pseudoniem Ricky Boys werd de Duitse versie van Hello Mary Lou uitgebracht.
In het daarop volgende jaar kwalificeerde hij zich met het nummer Ein verliebter Italiener voor de Deutsche Schlager-Festspiele in Baden-Baden en eindigde op de laatste plaats. Het project Ricky Boys kende een vervolg, nu met Franco Duval als zangpartner. Hij speelde ook mee in een schlagerfilm en in de film Tanze mit mir in den Morgen zong hij zijn nummer Carolin-Carolina.
Tot ver in de jaren 1960 nam hij succesvol coverversies op van Amerikaanse liedjes, waaronder Und dein Zug fährt durch die Nacht. In 1965 nam hij deel aan de voorronden voor het Eurovisiesongfestival met het nummer Nur aus Liebe, dat puntloos bleef.
In 1966 ging hij in zee met het platenlabel CBS. Met het nummer Fremde in der Nacht (Strangers in the night) had hij wederom een succes. Een hernieuwde deelname aan de Deutsche Schlager-Festspiele met het nummer Dahin möcht ich gehen mislukte. In 1970 was hij te zien in de ZDF-Hitparade met het nummer Der Blitz schlug ein en met het nummer Blaue Augen, rote Lippen und kastanienbraunes Haar nam hij deel aan de voorronden voor het Eurovisiesongfestival, echter zonder succes. Desondanks had hij nog enkele succesnummers uitgebracht, waaronder Du, ich, wir beide, Frage die Liebe en Ein Mädchen zum Verlieben. Tot aan het eind van de jaren 1970 nam hij ook de muzikale leiding van de hitparadetournee met Dieter Thomas Heck voor zijn rekening. Ook componeerde hij voor andere artiesten. In 1984 speelde hij bij het Hazy-Osterwald-Sextett als trompettist. Ook als koorzanger was hij regelmatig te zien en te horen.
Privéleven en overlijden
Peter Beil leerde zijn echtgenote Barbara Kalweit (Miss Hamburg) kennen in 1964 bij de Miss-Germany-verkiezingen in Berlijn en hij stapte met haar in het huwelijksbootje in 1966. Zij zijn de ouders van presentatrice en actrice Caroline Beil. Peter Beil overleed in 2007 op 69-jarige leeftijd aan longkanker en werd bijgezet op het kerkhof van Hamburg-Altona.
Peter Beil, geboren als Tom Karrasch (Hamburg, 9 juli 1937 – aldaar, 13 april 2007)[ was een Duitse schlagerzanger, trompettist, componist en orkestleider.
Carrière
Als 12-jarige nam Peter Beil vioolonderricht. Ook speelde hij in een blaasorkest als trompettist. Na afsluiting van de lagere school volgde hij een commerciële opleiding. Daarna kreeg hij een baan als medewerker op de Hamburgse luchthaven. Ten slotte studeerde hij aan de Staatlichen Musikhochschule klassieke trompet. In de weekends trad hij met een studievriend op feesten op. De groep werd groter (6 leden) en noemde zich Crazy Combo, met als leadzanger Peter Beil. In 1958 kreeg de band de mogelijkheid om in de uitzending Toi, toi, toi van Peter Frankenfeld op te treden, waarna Peter Beil een contract kreeg aangeboden van het platenlabel Fontana Records. De eerste opnamen liepen op niets uit, maar met het nummer Corinna, Corinna (1961) kwam de doorbraak en een wekenlange notering in de Duitse hitparades. Onder het pseudoniem Ricky Boys werd de Duitse versie van Hello Mary Lou uitgebracht.
In het daarop volgende jaar kwalificeerde hij zich met het nummer Ein verliebter Italiener voor de Deutsche Schlager-Festspiele in Baden-Baden en eindigde op de laatste plaats. Het project Ricky Boys kende een vervolg, nu met Franco Duval als zangpartner. Hij speelde ook mee in een schlagerfilm en in de film Tanze mit mir in den Morgen zong hij zijn nummer Carolin-Carolina.
Tot ver in de jaren 1960 nam hij succesvol coverversies op van Amerikaanse liedjes, waaronder Und dein Zug fährt durch die Nacht. In 1965 nam hij deel aan de voorronden voor het Eurovisiesongfestival met het nummer Nur aus Liebe, dat puntloos bleef.
In 1966 ging hij in zee met het platenlabel CBS. Met het nummer Fremde in der Nacht (Strangers in the night) had hij wederom een succes. Een hernieuwde deelname aan de Deutsche Schlager-Festspiele met het nummer Dahin möcht ich gehen mislukte. In 1970 was hij te zien in de ZDF-Hitparade met het nummer Der Blitz schlug ein en met het nummer Blaue Augen, rote Lippen und kastanienbraunes Haar nam hij deel aan de voorronden voor het Eurovisiesongfestival, echter zonder succes. Desondanks had hij nog enkele succesnummers uitgebracht, waaronder Du, ich, wir beide, Frage die Liebe en Ein Mädchen zum Verlieben. Tot aan het eind van de jaren 1970 nam hij ook de muzikale leiding van de hitparadetournee met Dieter Thomas Heck voor zijn rekening. Ook componeerde hij voor andere artiesten. In 1984 speelde hij bij het Hazy-Osterwald-Sextett als trompettist. Ook als koorzanger was hij regelmatig te zien en te horen.
Privéleven en overlijden
Peter Beil leerde zijn echtgenote Barbara Kalweit (Miss Hamburg) kennen in 1964 bij de Miss-Germany-verkiezingen in Berlijn en hij stapte met haar in het huwelijksbootje in 1966. Zij zijn de ouders van presentatrice en actrice Caroline Beil. Peter Beil overleed in 2007 op 69-jarige leeftijd aan longkanker en werd bijgezet op het kerkhof van Hamburg-Altona.
