Goudvis

Kleine Nancy is in de tuin een gat aan het vullen, als de buurvrouw over de 
heg kijkt.
Ze is zeer nieuwsgierig wat Nancy aan het doen is, en ze vraagt: “Wat ben je 
aan het doen, Nancy”?

“Mijn goudvis is dood gegaan”,vertelt Nancy in tranen, zonder te kijken. “En 
ik heb hem net begraven”.

De buurvrouw is verwondert.
“Dat is een enorm groot gat voor jou goudvis, vindt je niet”? Nancy klopt het 
laatste beetje grond stevig aan, en antwoord: “Dat komt omdat hij nog in de 
maag van jou rot-kat zit”.

Similar Posts

  • Moeder

    Een moeder stond in de keuken toen ze haar vijfjarige zoontje met zijn treintjes in de huiskamer hoorde spelen. Ze hoorde de trein stoppen en haar zoontje zeggen: Al de imbecielen die nu willen uitstappen moeten godverdomme maken dat ze zo snel mogelijk de trein uit zijn, want dit is de laatste halte! En al die klootzakken die willen instappen moeten maken dat ze met hun luie reet op de bank gaan zitten want wij gaan nu vertrekken! 
    De verbaasde moeder stapt de huiskamer in en zegt tegen haar zoontje: Zulke taal gebruiken wij niet in dit huis, maak dat je naar je kamer komt en blijf daar 2 uur! Als je daarna weer met je trein gaat spelen, wil ik zulke woorden niet meer horen! Twee uur later zit het zoontje weer in de huiskamer met zijn treintjes te spelen en hoort moeder haar zoontje zeggen: Aan alle passagiers, vergeet aub uw bagage niet mee te nemen. Wij danken u en zien u graag een volgende keer terug. We hopen dat het een aangename reis was. Ze hoort haar kleine bengel verder zeggen: Voor al degenen die juist zijn ingestapt, gelieve niet in de trein te roken aub. Wij hopen dat u vandaag een aangename en ontspannende reis met ons zult maken. 
    Op het moment dat de moeder begint te glimlachen, hoort ze haar zoontje zeggen: En voor al diegenen die pisnijdig zijn vanwege de twee uren vertraging u moet bij die trut in de keuken zijn!

  • Hoe noemen we??

    Er komt een professor bij een universiteit kijken of de studenten wel slim genoeg zijn. Hij vraagt of de slimste student even bij hem wil komen voor een paar vraagjes. Nou dus die jongen komt naar de professor toe. En de professor begint met de eerste vraag:
    “Hoe noemen we het ding om naar de sterren te kijken?”
    Waarop de student antwoordt:
    “Een telescoop.”
    “Goed,” zegt professor, “en om naar bacterien te kijken?”
    “Een microscoop.”
    “Goed. En nu een lastige: Hoe noemen we het ding om door muren te kijken?”
    Waarop de student vraagt:
    “Kan dat dan?”
    “Ja,” zegt de professor.
    “Waarmee dan?” vraagt de student.
    “Met een raam, mijn beste jongen, met een raam!”

  • Brandweer

    Een brandweerman staat buiten bij de brandweerkazerne te sleutelen aan de motor van een pomp. Opeens hoort hij achter zich een lief stemmetje dat zegt:
    “Dag meneer de brandweer.”
    Hij draait zich om en ziet een klein meisje van een jaar of zes, dat in een bolderwagen zit. De bolderwagen is omgebouwd tot een brandweerwagen, compleet met ladder en brandslangen. De wagen wordt getrokken door een hond en een kat. Complimentjes makend over wat hij ziet loopt hij rondom de bolderbrandweerwagen. De hond is met een riem aan zijn halsband voor de kar gespannen. De kat, het blijkt een kater, zit vast aan de kar via een touwtje om zijn testikels. Een beetje verbaasd zegt de brandweerman tegen het lieve wicht:
    “Ik wil me er niet mee bemoeien, maar volgens mij trekt die kater de kar beter als je hem ook aan een halsband vastmaakt.”
    “Dat weet ik”, zegt het meisje, “maar dan heb ik geen sirene!”

  • Vragen

    Een boer en een professor zitten tegenover elkaar in de trein. Zegt de professor: ‘Zullen we vragen aan elkaar stellen?’
    Boer: ‘Nee, dat win jij toch.’ ‘Oké dan’, zegt de professor. ‘als jij een antwoord niet weet, krijg ik 2 euro 50 van jou en als ik het antwoord niet weet, krijg jij 5 euro van mij.’
    ‘Da’s goed’, antwoordt de boer, ‘maar dan begin ik. Het is groen, blauw, grijs, zwart en wit en het vliegt door de lucht.’
    Na lang nadenken zegt de professor: ‘Ik weet het niet, hier heb je je 5 Euro.’
    ‘Dank je wel’, zegt de boer, ‘ik weet het ook niet, hier heb je 2 euro 50!’

  • De bootreis

    Er zit een meisje in een café nogal sip te kijken en te zuchten. Een jongen gaat naar haar toe, en vraagt wat er aan de hand is. ‘Nou,’ zegt het meisje, ‘ik zou zo graag mijn zus eens bezoeken in Zuid-Afrika, maar de bootreis is veel te duur.’ ‘O, maar dat komt goed uit,’ zegt de jongen, ‘want ik ben matroos. Ik wil je best in mijn plunjezak het schip op smokkelen.’ ‘Dat zou geweldig zijn,’ zegt het meisje, ‘maar wat moet ik daar voor doen?’ ‘Nou,’ zegt de jongen, ‘ik kom je elke avond eten brengen. En dan zou ik het fijn vinden als ik een half uurtje bij je mag komen liggen.’ ‘Dat is wel goed,’ zegt het meisje. Dus wordt het meisje het schip op gesmokkeld. Elke avond komt de matroos haar eten brengen, en blijft dan een half uurtje bij haar. Na drie weken vindt het meisje de reis wel lang gaan duren. Ze besluit maar eens naar boven te gaan. Boven gekomen ziet ze de kapitein lopen, en aan hem vraagt ze: ‘Kapitein, duurt het nog lang voordat we in Zuid-Afrika zijn?’ ‘Nogal,’ zegt de kapitein, ‘want dit is de veerboot naar Texel.’

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *