Zuinig
Een Hollander komt bij de huisarts met een splinter in de tong. “Hoe is dat gekomen?”, vraagt de arts verbaasd. “Ik had een druppel jenever gemorst op een ruwe houten tafel.”, verklaart de Hollander.
Een Hollander komt bij de huisarts met een splinter in de tong. “Hoe is dat gekomen?”, vraagt de arts verbaasd. “Ik had een druppel jenever gemorst op een ruwe houten tafel.”, verklaart de Hollander.
Bij Henk valt een briefkaart in de bus. Hij zwaait ermee naar Wim en zegt “’t Is van mijn broer”.
“Ja maar” repliceert Wim “Hoe wee je dat, er staat helemaal niks op geschreven!”
“Ja juist daarom”, zegt Henk. “We spreken al jaren niet meer tegen elkaar!”
Er komt een man aangereden bij de benzinepomp en zegt tegen de pompbediende: “Doet u maar Euro benzine.” De bediende begint te tanken, kijkt in de auto, en ziet drie pinguins achterin zitten. “Hoe komt u aan die pinguins?”, vraagt de pompbediende. “O,” zegt de man, “Ik zag ze staan op de kruising. En omdat ik van de Dierenbescherming ben, heb ik ze maar meegenomen. Maar eerlijk gezegd weet ik niet wat ik met ze moet doen.” Zegt de pompbediende: “Neem ze mee naar Artis.” “Da’s een goed idee,” zegt de man. Een week later komt de man weer tanken. De pompbediende kijkt in de auto en ziet achterin drie pinguins zitten: zonnekleppen op, strandballen bij zich… Zegt de pompbediende: “Ik dacht dat u ze naar Artis zou brengen…?” Zegt de man: “Dat heb ik ook gedaan! Dat was een prima tip, leuke dag gehad. Maar vandaag gaan we naar Zandvoort!”
Er komt een Belg bij de bioscoop en vraagt aan de mevrouw 1 kaartje voor de film.
“Dat word dan 7,50″, zegt de mevrouw.
De Belg betaalt, neemt het kaartje aan en gaat naar de filmzaal.
Even later loopt de Belg terug naar de vrouw en vraagt nog een kaartje. De vrouw begrijpt het niet maar vraagt er niet naar. De man loopt weer naar de bioscoopzaal. Even later loopt de Belg weer terug naar de vrouw en vraagt weer een kaartje. Dit doet de man zo nog 6 keer.
“Waarom ga je niet naar de film meneer?” Vraagt de mevrouw.
“Bij de ingang van de bioscoopzaal scheurt iemand heel de tijd mijn kaartje kapot”, antwoordt de Belg treurig.
Er loopt een Belg in Noord-Holland, ziet hij een Eskimo voorbij komen. Hij gaat naar die Eskimo en vraagt: “Wat kom jij hier nou doen?” “Ik ga hier altijd vissen in Friesland,” zegt de Eskimo. “Wat een goed idee,” zegt de Belg, “dat ga ik ook eens doen.” Dus de Belg gaat naar Friesland en komt aan bij een grote ijsvlakte. Hij pakt zijn zaag en begint in het ijs te zagen. Dan hoort hij een stem: “Hier zit geen vis, hier zit geen vis…” De Belg kijkt om zich heen, maar ziet niemand. Hij haalt zijn schouders op en begint weer in het ijs te zagen. Weer klinkt de stem: “Hier zit geen vis, hier zit geen vis…” “Allez, meneer,” roept de Belg terug, “zijt gij den IJskoning?” “Nee,” roept de stem: “Ik ben de omroeper van het Thialfstadion.”
Een man heeft een nieuwe Porsche gekocht en gaat op een mooie zomeravond even lekker een stuk rijden. Het dak eraf, de wind glijdt door zijn haar en hij besluit eens te kijken hoe hard zijn wagen nou eigenlijk kan. Net als de kilometerteller een respectabele 180 km/u aangeeft, ziet hij in zijn spiegel twee blauwe zwaailichten.
“Met geen mogelijkheid dat ze een Porsche kunnen bijhouden,” denkt hij nog en trapt de bolide nog harder op zijn staart. Pijlsnel vliegt hij over de weg : 190, 200, 230 zelfs, maar de politie zit nog steeds vlak achter hem.
Ineens zegt hij: “Ik heb een lange zware dag achter de rug en jij bent echt de laatste die ik aan de kant zet vandaag. Ik heb geen zin in nog méér papierwerk dus als je me een heel goed excuus kan geven, ééntje die ik ook nog nooit eerder heb gehoord, waarom je zo hard reed, dan kom je eraf met een waarschuwing!”
“Afgelopen week is mijn vrouw ervandoor gegaan met een politieagent,” zegt de man, “en ik was bang dat je haar terug wilde geven!” Waarop de agent zegt: “Een prettige avond nog”
Om 7 uur ‘s ochtends zit ik lekker te vissen langs het Amsterdam Rijnkanaal. De damp staat nog op het water. Ik zit net, komt er een man achter mij staan kijken. Het wordt acht uur, negen uur, tien uur, twaalf uur. Ik neem ’n boterhammetje en koffie en nog steeds staat die kerel achter mij naar m’n dobber te staren. Om 2 uur ‘s middags staat hij er nòg. Als ik om 7 uur ‘s avonds mijn spullen inpak, staat die vent nòg achter me. Ik zeg: “Meneer, u heeft nu 12 uur lang achter mij staan kijken. Waarom koopt u geen hengel? Kunt u zelf gaan vissen.” Zegt die man: “Sorry hoor, maar daar heb ik echt geen geduld voor . . . ”