Zuinig

Een Hollander komt bij de huisarts met een splinter in de tong. “Hoe is dat gekomen?”, vraagt de arts verbaasd. “Ik had een druppel jenever gemorst op een ruwe houten tafel.”, verklaart de Hollander.

Similar Posts

  • Opstel Maken

    De onderwijzer gaf als onderwerp voor een opstel:

    “Als ik algemeen directeur van een groot bedrijf was …….”.

    Alle kinderen bogen zich over hun schrift en begonnen te schrijven, allemaal op één na.

    “Jantje, wanneer begin jij?” vroeg de onderwijzer.

    “Mijn secretaresse is er nog niet”, antwoordde Jantje.

  • Pesten

    Een jongen op het schoolplein mist een vinger en wordt gepest door andere kinderen.
    Maar iedereen heeft wel iets raars”, verdedigt de jongen zich.
    “Met welke hand veeg jij bijvoorbeeld je bibs af?” vraagt hij aan zijn grootste pestkop.
    “Met links, hoezo? “
    “De meeste mensen doen dat met wc papier…”

     

  • Alcohol controle

    Een man komt uit een café, stapt zijn auto in en rijdt richting huis.
    Na 200 meter wordt de man aangehouden door een politieagent.
    Agent: “Goedenavond meneer, wij doen een alcoholcontrole. Wilt u even op het pijpje blazen?”
    Man: “Dat gaat niet want ik heb astma. Als ik op zo’n pijpje blaas heb ik voorlopig geen lucht meer.”
    Agent: “Gaat u dan even mee naar het bureau, dan kunnen wij een bloedproef doen.”
    Man: “Dat kan ook niet want ik heb bloedarmoede. Als u me een keer prikt, loop ik leeg.”
    Agent: “Dan vrees ik dat u even uit moet stappen en over die witte lijn moet lopen.”
    Man: “Dat kan ook niet.”
    Agent: “Waarom niet?”
    Man: “Ik ben stom lazarus.”

  • Alcoholist

    Een alcoholist komt een bar binnen en neemt een borrel. Hij kijkt in zijn binnenzak en bestelt opnieuw een drankje. Hij kijkt weer in zijn binnenzak en bestelt opnieuw een drankje etc. De barkeeper zegt: “Wat zit er toch in je jaszak?” De man zegt: “Dat is een foto van mijn vrouw. Zodra zij er goed uit begint te zien, dan weet ik dat het tijd is om naar huis te gaan.”

  • Jezus kijkt naar je!

    Midden in de nacht drong een inbreker een huis binnen. Hij liet zijn zaklantaarn door de huiskamer schijnen, op zoek naar kostbaarheden. Toen hoorde hij een stem in het donker, die zei: “Jezus weet dat je er bent !” De inbreker kreeg zowat een hart verzakking, knipte zijn zaklantaarn uit en bleef stokstijf staan. Toen hij na een tijdje niets meer hoorde, schudde hij zijn hoofd en ging verder met zijn “werk”. Maar nèt toen hij de dvd-speler naar zich toe trok, zodat hij de bedrading los zou kunnen maken, hoorde hij, luid en duidelijk: “Jezus kijkt naar je !” Helemaal overstuur scheen hij met zijn lantaarn om zich heen, op zoek naar de plek waar de stem vandaan kwam. Uiteindelijk kwam de lichtbundel van zijn zaklamp in een hoek van de kamer tot stilstand, gericht op een papegaai. “Was jij dat, die tegen me praatte ?”, siste de dief tegen de papegaai. “Yes”, bekende de papegaai en krijste verder: “Ik wil je alleen maar waarschuwen dat hij naar je kijkt”. De inbreker ontspande zich weer een beetje: “Me waarschuwen, hè? En wie ben jij dan wel ??” “Mozes”, antwoordde de vogel. “Mozes ?”, lachte de inbreker, “wie noemt een vogel nu Mozes ?” “Hihi”, lachte de papegaai, “mensen die een Rottweiler Jezus noemen!”.

  • Een Non

    Een non neemt een taxi naar Brussel en merkt dat de knappe chauffeur haar voortdurend in ‘t oog heeft.
    Ze vraagt hem waarom hij haar constant zo intens bekijkt.
    Hij antwoordt: “Ik wil u iets bekennen, maar ik wil u niet in verlegenheid brengen”.
    Ze stelt hem gerust: “Mijn zoon, ge kunt me niet kwetsen, als je non was en zo oud als ik heb je zo goed als alles al gezien en gehoord.

    Ik weet zeker dat je me niets kan zeggen of vragen dat voor mij beledigend of kwetsend kan zijn”.
    Hij: “Wel, ik droom altijd opnieuw dat een kloosterlinge me heel passioneel kust”.
    De non: “Wel, dan kijken we wat daaraan kan gedaan worden. Eerst en vooral moet je vrijgezel zijn en daarnaast ook katholiek”.
    De taxichauffeur, al helemaal opgegeild, antwoordt: “Jaja, ik ben vrijgezel én katholiek!”
    “Oké”, zegt de non, “sla maar de eerstvolgende landweg in”.
    Daar voldoet ze aan zijn fantasie met een overtuiging die de meest geroutineerde straatmadelief zou doen blozen.
    Als ze de weg voortzetten begint de chauffeur te huilen.
    “Mijn kind”, zegt de non, “waarom huil je nu toch?”.
    “Vergeef me dat ik gezondigd heb. Ik moet bekennen dat ik gelogen heb: ik ben getrouwd en ben een jood”.
    De non antwoordt: “Trek het je niet aan. Ik heet Dirk, ben homo en ik ben op weg naar ‘t carnaval in Aalst “.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *