Similar Posts

  • Haar zwart verven

    Er komt een blondine met schitterend lang haar tot op haar billen bij de kapper en vraagt: “Kunt u mijn haar ook zwart verven?”
    Waarop de kapper zegt: “Maar mevrouw dat is toch doodzonde?”
    Blondine: “Maar kan het wel?”
    Kapper: “Jazeker mevrouw.”
    Blondine: “Doet u dat dan maar.”
    Na ruim drie uur kleuren en verven, heeft de dame schitterend zwarte haren. Ziels gelukkig betaalt de blondine aan de kassa.
    Onderweg naar huis komt zij een boer tegen met een kudde schapen, ze gaat naar de boer en zegt: “Schapen vind ik zulke leuke beesten, mag ik er eentje van u hebben?”
    Boer: “Ik ga zomaar geen schaap weggeven, maar als u in een keer weet te raden hoeveel ik er in mijn kudde heb, mag je er een hebben.”
    Blondine: “524.”
    Boer: “Maar dat is helemaal goed, kies er maar eentje uit.”
    De blondine pakt een beest op en zet hem in de auto en net als zij weg wil rijden, tikt de boer met zijn ring op het zijruitje en vraagt: “Zeg mevrouw, bent u normaal blond?”
    “Ja,” antwoordt de blondine, “maar hoe weet u dat?”
    “Nou,” zegt de boer, “ik wil graag mijn hond terug.”

  • Getuige voor de rechtbank

    In een rechtbank in een kleine provinciestad had de openbare klager een oude dame als getuige opgeroepen. Hij vraagt haar: “Mevrouw Heinrich, kent u mij?”

    Ze antwoordt: “Uiteraard! Ik ken u al van kleins af aan. En eerlijk gezegd, was u toen al een totale ramp. U hebt gelogen, mensen gemanipuleerd en uw vrouw bedrogen. U denkt dat u heel wat bent, maar eigenlijk bent u een complete nul. Ja, ik ken u.”

    De aanklager is sprakeloos. Uit verlegenheid wijst hij met de vinger door de zaal en vraagt: “Mevrouw Heinrich, kent u de advocaat van de verdediging?”

    Ze zegt: “Maar natuurlijk. Ik ken Meester Friedmeier al van toen hij nog een peuter was. Hij is vals, vooringenomen en heeft een alcoholprobleem. Hij kan geen normale relatie met mensen opbouwen en zijn kantoor ruikt muf. Niet te vergeten dat hij zijn vrouw driemaal bedrogen heeft. Een daarvan was overigens uw vrouw. Oh ja, ook hem ken ik.”

    De advocaat van de verdediging zakt in de grond van schaamte. De rechter roept beide heren bij zich en fluistert: “Als iemand van jullie idioten op het idee komt om te vragen of ze mij kent, kom  je hier 10 jaar niet meer binnen!

  • Een bedelares

    Een bedelares: “Een kleinigheid, alstublieft. Mijn man is zwaar ziek.”

    De man des huizes: “Ik ben erg blij dat te horen!”

    Bedelares: “Blij ?!?”

    De man: “Ja, toen u verleden maand bij mij aanklopte, vertelde u dat hij gestorven was.”

  • Voetballen

    2 voetbalclubs staan tegenover elkaar op het veld, maar de sterspeler van de thuisploeg
    is er nog niet. De trainer zegt: ik weet zeker dat hij op tijd komt. De scheidsrechter
    zegt: goed, als de andere club geen bezwaar heeft wachten we.
    De gastploeg heeft er geen bezwaar tegen en er wordt gewacht. Na tien minuten is hij er nog niet, na 20 minuten ook niet en ook nog niet na een half uur. Belt de trainer naar de speler: waar zit je, je had hier al een uur geleden moeten zijn. Wat!, zit je nog thuis, hoe komt dat? Hoezo het is mijn schuld!
    Zegt de sterspeler: je hebt zelf gezegd dat we vandaag thuis zouden spelen!

  • Pastoor bedankt!

    Een man ligt in het ziekenhuis en vraagt naar de pastoor.
    Als de pastoor komt gaat hij naast het bed staan van de patiënt. Al snel gaat het ineens slechter met de man. Wanhopig probeert de man iets te zeggen maar niemand kan hem verstaan.
    Pastoor: “Laat iemand pen en papier halen! Snel!”
    ALs de man eenmaal papier heeft schrijft hij met zijn laatste adem iets op en geeft het aan de pastoor. Terwijl de pastoor het briefje leest blaast de man zijn laatste adem uit. De pastoor trekt wat witjes weg, legt het papier op het bed en loopt geschrokken de kamer uit.
    Nieuwsgierig pakt een zuster het papier en leest: Meneer de pastoor, kunt u even op zij gaan. U staat met uw voet op mijn beademingsslang…

  • Schoentjes

    De juffrouw in ‘t school helpt kleine Josje met het aantrekken van zijn schoentjes. Met heel veel moeite krijgt ze die schoentjes aan zijn voetjes. Zegt Josje: “die schoentjes zitten aan de verkeerde voet”. Ze kijkt geërgerd naar die schoentjes en inderdaad zitten ze verkeerd om. Ze heeft evenveel moeite om die schoentjes weer uit te doen en aan de goeie voet te trekken terwijl ze in zichzelf denkt :”waarom zegt die snotneus dat niet direct”. Als ze met heel veel innerlijk gevloek die schoentjes weer aan heeft getrokken zegt Josje :”da zijn mijn schoentjes ni”…! De juffrouw ontploft bijna van woede en terwijl ze die schoentjes weer uittrekt vraagt ze :”en waarom zeg je dat nu pas?” zegt Josje :”dat zijn de schoentjes van mijn broer en mama heeft gezegd dat ik deze moet aandoen tegen de kouwe voetjes”. De juffrouw krijgt bijna een hart aanval. Ze begint weer hevig met die schoentjes te vechten om ze opnieuw aan te trekken. Als dat eindelijk is gelukt vraagt ze: “en waar zijn je handschoentjes?”,

    Zegt Josje :”die zitten voor in mijn schoentjes “…

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *