Similar Posts
Dinkelländer Muzikanten
Deze week aandacht voor “Die Dinkelländer Muzikanten” uit Denekamp. De grootste muzikaal leider was ongetwijfeld Theo Roelofs. De “Dinkelländer Muzikanten” brachten met de verschillende onderdelen van de groep, zoals “Die Wendelsteiner”; “Das Dinkeltrio”; “De Dinkelländer showband” en natuurlijk “Die Holzackerbub’n”, een zeer compleet en avondvullend programma. De Band is gestart in 1976 en is ca 30 jaar later gestopt. Deze foto in informatie is ons beschikbaar gesteld door Marinus Tijink uit Denekamp. Marinus was vanaf het begin bij de “Die Dinkelländer Muzikanten” betrokken als manusje van alles. Alhoewel Marinus zelf geen instrument bespeelde was hij altijd bezig om de geluids- en andere rand-apparatuur te verzorgen. De muziek die hierbij gedraaid wordt is natuurlijk ook van “Die Dinkelländer Muzikanten” zelf. De zang wordt verzorgd door Jos Evers en Josien Veldberg. Jos is nu Kapelmeister bij de Reggestad Muzikanten en Josien vormt een duo met Herrman Lippinkhof. 
Les Troubadours
Deze week ontvingen wij van Hans Nijhof het bericht dat Gerrit Schrader, Trompettist en Leider van het dansorkest “Les Troubadours” op 84-jarige leeftijd is overleden. Hij was enkele jaren geleden opgenomen in het Borsthuis in Hengelo alwaar hij op maandag 03 November 2014 is overleden.
Vele Twentenaren zullen direct aan hun bruiloft terug denken, als ze dit bericht lezen

Joop de Knegt
Johannes (Joop) de Knegt (Nieuwer-Amstel, 1 maart 1931 – Amsterdam, 22 oktober 1998) was een Nederlands zanger. Hij werd vooral bekend door het nummer Ik sta op wacht (1957). De Knegt werkte bij een textielfirma in Amsterdam toen hij in dienst moest. Hij werd korporaal bij de Koninklijke Luchtmacht. Tijdens een excursie naar de KRO-studio werd zijn zangtalent ontdekt. Toby Rix stelde hem voor aan Ger de Roos van het Orkest Zonder Naam. De Knegt nam in de radiostudio High Noon op, dat kort daarvoor door Frankie Laine was uitgebracht als titelsong van de gelijknamige, snel befaamd geworden westernfilm. Toen het nummer op 20 september 1952 werd uitgezonden werd er door veel luisteraars gereageerd. De Knegt kreeg hierop een platencontract aangeboden. Van High Noon werden 180 duizend exemplaren verkocht – destijds goed voor een gouden 78 toeren-plaat.
Zijn grootste hit was Ik sta op wacht (1957), geschreven door Stan Haag, André de Raaff en Jacques Schutte. Het nummer werd geproduceerd door Rine Geveke. Hierna volgde nog Wij zwaaien af.
De Knegt stopte in 1960 met zingen en richtte een theaterbureau op dat hij High Noon noemde. Later nam hij nog enkele nummers op, maar had daarmee geen succes. De Knegt overleed in 1998 op 67-jarige leeftijd.
Bron: Wikipedia

The Rythm Four
Deze week een foto van The Rythm Four van de jaren 60 van de vorige eeuw. Deze band heet voorheen Kwintet van Riet en nadat deze band is gestopt is Toon van de Burgt en Leo van Stoffelen begonnen met de Migra’s. De band naam de Migra’s is een samenvoeging van de plaatsnamen Mill en Grave.
Caterina Valente
Caterina Germaine Maria Valente (Parijs, 14 januari 1931 – Lugano, 9 september 2024) was een Frans-Italiaanse zangeres. Ze was in de jaren vijftig tot omstreeks 1965 in Nederland en België enorm populair. Valente was samen met haar broer Silvio Francesco ook succesvol in het theater, de film en later op tv.Valente werd geboren te Parijs als dochter van de accordeonist Giuseppe Valente, en de muzikale clown Maria Valente. In 1952 huwde ze met jongleur Erik von Aro, die haar manager werd.
Ze begon als zangeres en danseres bij het circus Grock en maakte in 1953 haar eerste platenopnamen als zangeres van het orkest Kurt Edelhagen op het platenmerk Polydor. Haar eerste grote hit had ze in 1954 met Ganz Paris träumt von der Liebe, de Duitse vertaling van I love Paris van Cole Porter. Malaguena dateert uit datzelfde jaar.
Ze werd tussen 1954 en 1962 de bekendste schlagerzangeres. Midden jaren 1950 trok Valente geregeld met Bobbejaan Schoepen op tournee door Duitsland. In 1960 bracht ze ook een door Schoepen gecomponeerd succesnummer uit in Italië: In de schaduw van de mijn, ofwel Amici miei. In 1955 stond ze in Nederland in de hitparade met achtereenvolgens Malaguena, The breeze and I, Siboney, Baiao Bongo en Fiesta Cubana. 1956 zette ze in met de Franse en Spaanse versie van Granada waarna ze in de film Bonjour, Kathrin de gelijknamige song zong, en Steig’ in das Traumboot der Liebe. Uit hetzelfde jaar dateert Wo meine Sonne scheint, de Duitse vertaling van Island in the sun van Harry Belafonte en Bouquet de rêves. Tiptipitipso uit 1957 was begin 1958 haar eerste grote hit in de Nederland en België, gevolgd door Spiel’ noch einmal für mich Habanero, in het Frans Jéremie, met Une nuit à Rio Grande als b-zijde. In juli 1958 stond ze ook met Melodia d’ amore in de hitlijsten.
In 1959 stapte ze over naar Decca. Daar werd ze begeleid door het RIAS Tanzorchester van Werner Müller.[2] Tschau, tschau Bambina, de Duitse vertaling van Domenico Modugno’s San Remohit Piove, werd in Nederland in 1959 nummer 1 en stond zes maanden in de hitparade. Met Sweetheart, my darling, mijn schat/Bon giorno deed ze het nog beter; het werd eveneens nummer 1 en stond acht 8 maanden in de hitparade. Polyglot Caterina, die inmiddels in twaalf talen zong, zong het nummer in een merkwaardig Nederlands, in een arrangement van Werner Müller. In 1959 stond ze met negen nummers in de Duitse hitparade. Tot 1963 stond ze in de Lage Landen bijna onafgebroken in de hitparade met al of niet originele Nederlands- en Duitstalige nummers als La strada del amore, Mijn souvenir (My happiness van Connie Francis), Marina (Rocco Granata), Adonis/Er is geen dag, Zu viel Tequila (Too much tequila), Zeeman (Seemann van Lolita), Itsy bitsy, teeny weeny (Brian Hyland), Oh, Valentino (Connie Francis), Ein Schiff wird kommen (Lale Andersen), Suco, suco (Alberto Cortez, Ping Ping), Pepe (Duane Eddy), Quando, quando (samen met broer Silvio Francesco, oorspronkelijk een San Remohit uit 1962 van Tony Renis), Gondola, gondoli en Tango Italiano, (eveneens San Remohits uit 1962, van respectievelijk Bruni en Ernesto Bonino en Milva en Sergio Bruni), Tout l’amour (Passion flower), Leçon de twist (ook samen met broer Silvio Francesco).
Toen eind jaren zestig haar ster in Europa begon te tanen, trok ze naar de Verenigde Staten, waar ze, net als Ivo Robic, via de Perry Como-show al bekendheid genoot. Como had in 1962 al Caterina aan haar opgedragen. Ze zong nu meer jazzy nummers en chansons. In 1974 laste ze een pauze in om haar zoon Alexander ter wereld te brengen en daarna trok ze verder de wereld rond, waarbij ze haar stemvirtuositeit etaleerde. In de jaren tachtig trad ze regelmatig op in Duitse televisieshows, waarna het stiller rond haar werd. Uit die jaren dateert een potpourri-album van haar vroegere hits. Sindsdien leefde ze teruggetrokken in haar villa in Zwitserland, aan het meer van Lugano, waar ze op 9 september 2024 overleed. Ze werd 93 jaar oud.
Bron: Wikipedia






