Similar Posts
Veertien Kinderen
Een vrouw komt met haar veertien kinderen bij de pastoor op bezoek. De kleinste van twee jaar oud loopt naar de pastoor.
De pastoor: En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
De volgende komt binnen.
Pastoor: “En jongen hoe heet jij?” Jongetje: “Jantje.”
Pastoor: “Ah, heet jij ook jantje?”
De oudste komt binnen (14 jaar).
Pastoor: “En hoe heet jij jongen?” Jongen: “Jantje.”
Pastoor tegen moeder: “Heten al jouw zoontjes misschien Jantje?”
Moeder: “Ja, dat is heel gemakkelijk, als ik roep: ‘Jantje opstaan’ staan ze allemaal op,
als ik roep: ‘Jantje eten,’ komen ze allemaal eten,
als ik roep: ‘Jantje slapen,’ dan gaan ze allemaal slapen.”
Pastoor: “En als je maar één iemand nodig hebt, hoe doe je dat dan?”
Moeder: “Dan roep ik gewoon hun familienaam.”
Straf
De directeur stapt de lawaaierige klas binnen.
Hij wil nu eindelijk die herrieschoppers eens straffen.
‘Geert, wat heb jij uitgespookt?’
‘Ik heb krijt naar het bord gegooid.’
‘Honderd strafregels! En jij Wim?’
‘Ik heb een punaise op de stoel van de meester gelegd.’
‘Wat?! Tweehonderd strafregels. En jij, Peter?’
‘Ik heb snippers door het raam gegooid.’
‘Oh nou…, dat valt wel mee; geen strafregels!’
Op dat ogenblik komt er een jongen binnen, vol blauwe plekken en schrammen.
‘En wat doe jij daar?’, vraagt de directeur boos, ‘Hoe heet jij?’
‘Swen Snippers, meneer.’
Wat doet u?
Jantje staat in de Albert Heijn melkdozen open te doen en een winkeljuffrouw spreekt hem hierover aan:
Winkeljuffrouw : “Meneer wat zijn we aan het doen?”
Jantje : “Ik ben de melkpakken aan het opendoen en u staat erbij te kijken”.
Winkeljuffrouw : “Maar meneer, zoiets doe je toch niet”.
Jantje : “Daar staat het toch, hier opendoen”
IJsheiligen
De pastoor is in de sacristie gestruikeld over een paar schaatsen.
“Zeg op, van wie zijn ze”? vraagt hij aan de misdienaars.
“Waarschijnlijk van één van de ijsheiligen”, antwoordt Jantje.
Dronkelap
“Mijn man is een hopeloze dronkenlap. Hij verdrinkt al zijn geld.” “Maar zo slecht schijnt het jullie anders niet te gaan. Een mooi eigen huis, een dure auto, een plezierjacht…”
“Dat hebben we betaald van het statiegeld!”




