Similar Posts
Italiaanse
Een man had al een paar jaar een affaire met een Italiaanse vrouw. Op een avond vertelde de vrouw hem dat ze zwanger was. Omdat hij zijn huwelijk en zijn reputatie niet wilde verpesten, betaalde hij haar zodat ze naar Italië kon gaan om heimelijk het kind ter wereld te brengen. Als ze in Italië zou blijven om het kind op te voeden, zou hij het kind financieel ondersteunen tot het 18 jaar oud was. Ze stemde ermee in en vroeg hoe ze hem moest laten weten wanneer het kind geboren was. Om het discreet te houden, vroeg hij haar om slechts een kaartje te sturen met daarop slechts het woord “spaghetti”. Dan zou hij ervoor zorgen dat de betalingen geregeld zouden worden. Negen maanden later haalt zijn vrouw de post uit de brievenbus. “Schat”, zei ze, “je hebt wel een heel vreemd kaartje uit Italië ontvangen”. “Geef maar hier”, antwoordde hij. Zijn vrouw gaf hem het kaartje en keek toe terwijl haar man het kaartje las, bleek werd en flauw viel. Ze pakte de kaart en las: 5x Spaghetti, drie met balletjes en twee zonder. Stuur extra saus”.
VERBLIJF IN DE HEMEL
Komen een slechte priester en een slechte buschauffeur bij de hemelpoort en samen worden ze naar hun verblijf gebracht. Eerst wordt de chauffeur meegenomen naar zijn kamer. Over de top luxe: jacuzzi, groot bed, mooi uitzicht en een onuitputbare minibar.De priester kijkt verrukt en denkt: “zo als dat voor de chauffeur is, dat beloofd wat.” Vervolgens komen ze aan bij de kamer van de priester. Een kleine kamer, met een klapbed en een metalen pot in de hoek. De priester kijkt verbaasd en vraagt: “hoezo krijg ik dit en de chauffeur zo een luxe kamer?” En het antwoord dat hij krijgt: “Die chauffeur heeft veel meer mensen aan het bidden gekregen dan jij!”
Zwijgen
Bij Henk valt een briefkaart in de bus. Hij zwaait ermee naar Wim en zegt “’t Is van mijn broer”.
“Ja maar” repliceert Wim “Hoe wee je dat, er staat helemaal niks op geschreven!”
“Ja juist daarom”, zegt Henk. “We spreken al jaren niet meer tegen elkaar!”
Doen of we getrouwd zijn
Een man en een vrouw die elkaar niet kennen, staan voor het treinloket. Allebei willen ze met de nachttrein naar Rome. De NMBS-medewerker vertelt dat er nog maar één tweepersoonsbed beschikbaar is en dat ze onder elkaar maar moeten uitvechten wie het krijgt. Zowel de man als de vrouw moeten echt de volgende dag in Rome zijn., dus na enig overleg besluiten ze om het bed te delen. Ze kleden zich om en gaan ieder aan één kant van het bed liggen. Na ongeveer een halfuurtje vraagt de man : “Kan je wel in slaap raken.?”. Waarop de vrouw antwoordt dat ze het toch maar een beetje koud vindt. “Daar kunnen we maar twee dingen aan doen.” zegt de man. “Ofwel ga ik voor jou een dekentje halen, ofwel doen we alsof we gehuwd zijn.” “Goed” zegt de vrouw na enige tijd nadenken, “laten we dan maar doen alsof we gehuwd zijn.” Waarop de man zegt : “Oké, ga dan zelf maar het dekentje halen.”
Vraag aan de chauffeur
De passagier zit al een tijdje achterin de taxi wil de chauffeur wat vragen, dus tikt hij de man even op z’n schouder om zijn aandacht te trekken. De taxichauffeur geeft een geweldige schreeuw en verliest de macht over het stuur. Het voertuig mist op een haartje na de tram, ramt bijna de voorpui van een monumentaal bordeel, alvorens op het trottoir tussen tientallen driftig fotograferende Japanners tot stilstand te komen. Het is even stil in de taxi. Dan zegt de chauffeur: “Meneer, wilt u dat nóóit meer doen. Ik ben me dood geschrokken.” De passagier zegt dat hij niet had geweten dat de chauffeur zo zou schrikken van een klein tikje op z’n schouder. Waarop de bestuurder zegt: “Het is uw schuld niet hoor. Maar vandaag is mijn eerste dag als taxichauffeur. Hiervoor heb ik 25 jaar lijkwagens gereden.”
De bootreis
Er zit een meisje in een café nogal sip te kijken en te zuchten. Een jongen gaat naar haar toe, en vraagt wat er aan de hand is. ‘Nou,’ zegt het meisje, ‘ik zou zo graag mijn zus eens bezoeken in Zuid-Afrika, maar de bootreis is veel te duur.’ ‘O, maar dat komt goed uit,’ zegt de jongen, ‘want ik ben matroos. Ik wil je best in mijn plunjezak het schip op smokkelen.’ ‘Dat zou geweldig zijn,’ zegt het meisje, ‘maar wat moet ik daar voor doen?’ ‘Nou,’ zegt de jongen, ‘ik kom je elke avond eten brengen. En dan zou ik het fijn vinden als ik een half uurtje bij je mag komen liggen.’ ‘Dat is wel goed,’ zegt het meisje. Dus wordt het meisje het schip op gesmokkeld. Elke avond komt de matroos haar eten brengen, en blijft dan een half uurtje bij haar. Na drie weken vindt het meisje de reis wel lang gaan duren. Ze besluit maar eens naar boven te gaan. Boven gekomen ziet ze de kapitein lopen, en aan hem vraagt ze: ‘Kapitein, duurt het nog lang voordat we in Zuid-Afrika zijn?’ ‘Nogal,’ zegt de kapitein, ‘want dit is de veerboot naar Texel.’



