De Musketiers

Deze week “de Musketiers” in de schijnwerpers.  Deze band heeft in de vele jaren meing partij verzorgd. Ook hebben ze nog een hele tijd een zangeres in hun midden gehad maar daarover een volgende keer meer. De muziek die u hierbij hoort is ook van “de Musketiers” zelf. Elders op deze site kunt u ook “The Story of” vinden die gemaakt is door Gerard Wigger. Reacties zijn altijd meer dan welkomm.

Similar Posts

  • Twee Pinten

    In onze verzameling kaarten vonden wij een kaart van de Twee Pinten. we denken dat in de jaren 70 en 80 alle bands wel een nummer van dit duo speelden en dan vooral in de carnavalstijd. Een van de bekendste nummers zo niet de bekendste is het liedje “Bij ons staat op de keukendeur”De 2 Pinten

  • The Tremeloes

    The Tremeloes is een Britse groep die vooral succes had in de jaren zestig. Ze waren oorspronkelijk de begeleidingsband van Brian Poole.

    Als Brian Poole & the Tremeloes hadden zij in Engeland vanaf 1961 een reeks hits, waarvan Do you love me in 1963 aldaar de eerste plaats van de hitparade bereikte. Toen het niet meer boterde tussen de leden van de begeleidingsband en hun voorman, gingen ze in 1965 elk hun eigen weg. Brian Poole verdween al snel in de anonimiteit. De Tremeloes (Alan Blakley, Len ‘Chip’ Hawkes, Rick West en Dave Munden) waren echter regelmatig in de internationale hitparades te vinden.

    The Tremeloes begonnen in 1967 aan een half decennium van hits, te beginnen bij het door Cat Stevens geschreven Here comes my baby. Er volgden meer successen, waarvan Silence is Golden (1967) en My little Lady (1968) de grootste waren. De groep kenmerkte zich voornamelijk door pretentieloze uptempo songs, zoals Even the bad times are good (1967), Helule helule (1968) en Once on a Sunday morning (1969).

    Het nummer Yellow River werd hen aangeboden door componist Jeff Christie, maar ze brachten het aanvankelijk niet zelf uit. De band Christie – rond Jeff Christie en de broer van gitarist Alan Blakley – werd speciaal gevormd om het nummer uit te brengen, waarbij de zangpartij van Jeff Christie werd toegevoegd aan de reeds ingespeelde begeleiding van The Tremeloes. Het resulteerde in 1970 in een grote hit. The Tremeloes zongen ook You en What Can I Do? van Raymond O’Sullivan (die later bekend zou worden als Gilbert O’Sullivan). Begin jaren zeventig probeerden The Tremeloes een iets ‘ruiger’ image aan te meten met rockachtige singles als Blue Suede Tie. De laatste hit is ook uit die tijd, maar toch meer ‘poppie’: I Like it That way (1972).

    Net als veel andere bands uit de jaren zestig en zeventig zijn ook The Tremeloes bij tijd en wijle in ‘revivaloptredens’ terug te vinden. Dave Munden is in al die jaren de enige constante factor geweest, hoewel tegenwoordig ook Rick West (die zich weer Rick Westwood noemt) deel uitmaakt van de groep. Chip Hawkes heeft de groep een paar keer verlaten om vervolgens weer terug te keren, maar hij maakt de laatste jaren deel uit van de groep Class of ’64 met oud-leden van Smokie en The Rubettes.

    Band leden:

    • Brian Poole (Barking, 3 november 1941), zanger (tot 1966).
    • Alan Blakley (Alan David Blakley; Bromley, 1 april 1942 – 10 juni 1996), slaggitarist, pianist, zanger.
    • Ricky West (Richard Charles Westwood; Dagenham, 7 mei 1943), sologitarist, zanger.
    • Alan Howard (Dagenham, 17 oktober 1941), bassist, zanger (tot 1966).
    • Chip Hawkes (Leonard Donald Hawkes; Shepherd’s Bush, Londen, 2 november 1945), bassist, zanger (vanaf 1966).
    • Dave Munden (David Charles Munden; Dagenham, 2 december 1943-15 oktober 2020), drummer, zanger.

    Bron: Wikipedia

  • The Jumping Juwels & Johnny Lion

    Deze week lazen we in de krant dat Johnny Lion op 77 jarige leeftijd is overleden na een slopende ziekte.

    In 1959 formeerde hij met een aantal schoolvrienden de band Johnny & His Jewels, later omgedoopt in The Jumping Jewels. Deze groep, geformeerd naar het voorbeeld van de commerciële rocker Cliff Richard, scoorde in 1961 een nummer-één hit met Wheels en had tot 1965 nog enkele successen in Nederland.
    In dat jaar verliet Van Leeuwarden de groep om als Nederlandstalige solozanger door te gaan. Dit leverde hem meteen de grote hit Sophietje op, het Zweedse nummer Fröken Fräken van Thore Skogman, in het Nederlands vertaald door Gerrit den Braber en opgedragen aan zijn vriendin en zakenpartner Sophie van Kleef. Het jaar daarop scoorde hij met Tjingeling wederom een hit en opende hij met Van Kleef een kledingboetiek met de naam Sophie en Johnny. Deze bleef bestaan tot hun relatie in 1969 afgelopen was. Na Tjingeling wist hij geen echte hits meer te halen. Wel kreeg hij een vast arrangement bij het Circus Boltini, samen met Rob de Nijs. In latere jaren liet Lion zo nu en dan als zanger van zich horen, onder meer met de single Alleen in Dallas, die een bescheiden hit werd, en met het titellied van de film Brandende Liefde uit 1983. Op deze platen bediende hij zich van de naam John Lion.
    Van Leeuwarden bleef na zijn zangcarrière werken bij Circus Boltini, nu als perschef. Later schreef hij ook columns voor het weekblad Panorama en maakte hij in 1995 voor dat blad samen met Govert de Roos de serie In bed met Johnny Lion. Tevens heeft hij als journalist voor diverse tijdschriften en kranten gewerkt, en was hij onder andere tien jaar (2001-2011) hoofdredacteur van het SENA Performers Magazine.
    Johnny Lion was ook actief als acteur: in 1998 in de speelfilm Siberia en in 2003 speelde hij een rol in Van God Los.

    Bovenstaande tekst is gehaald uit Wikipedia.

    Afbeeldingsresultaat voor johnny lion

  • Jan & Kjeld

    Jan & Kjeld is een Deens banjoduo dat populair was rond 1960. Het zong voornamelijk Duitstalige covers van bekende liedjes, maar is vooral bekend van de hit Banjo Boy.

    Kjeld Wennick werd op 3 februari 1944 geboren in Gränna in Zweden en zijn broer Jan op 27 juli 1946 in Kopenhagen. Kjeld leerde al op jonge leeftijd banjo spelen en trad vanaf 1954 samen op met zijn vader Svend. Jan ging vaak met hen mee en leerde ook banjo spelen. In 1956 verving Jan zijn vader en werd het duo Jan & Kjeld gevormd. Bij optredens stond Jan altijd rechts, omdat hij linkshandig was (anders zouden de halzen van de banjo’s tegen elkaar stoten). Er was voor hem daarom een linkshandige banjo gemaakt. Jan & Kjeld namen deel aan talentenjachten en traden op voor radio en televisie, waardoor ze in korte tijd bekendheid verwierven in Denemarken en West-Duitsland. In die tijd namen Jan & Kjeld hun versie van het nummer Tom Dooley op, dat toen net populair was in de versie van het Kingston Trio. In 1959 kreeg het duo een platencontract bij Ariola. Pas met de Duitstalige opvolger Banjo Boy braken de tieners definitief door. Dat nummer haalde in Nederland de top 5 en werd in Duitsland een nummer 1-hit. Zelfs in Engeland en Amerika werden het bescheiden hitjes, wat bijzonder is voor Duitstalige nummers.                                                          (Bron Wikipedia)

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *