Inbreker

Een inbreker verschaft zich op een avond toegang tot een huis. ️‍Hij schijnt met zijn zaklantaarn rond, op zoek naar waardevolle spullen als hij een stem in het donker hoort zeggen: “Jezus weet dat jij hier bent”. Hij schrikt zich een ongeluk, dooft de zaklantaarn en blijft doodstil staan. Wanneer hij niets meer hoort, schudt hij zijn hoofd en gaat verder met het zoeken naar waardevolle spullen. Net als hij de stereo losgekoppeld heeft hoort hij heel duidelijk: “Jezus weet dat jij hier bent” De inbreker schrikt zo hard dat zijn hart in zijn keel klopt. Maar hij wil weten waar die stem vandaan komt en schijnt met de zaklantaarn door de kamer op zoek naar de stem. Eindelijk in de hoek van de kamer ziet hij een papegaai. “Zei jij dat?” vraagt hij aan de papegaai. “Ja” antwoord de papegaai. “Ik wil je waarschuwen dat hij jou in de gaten houdt”! De inbreker is gerustgesteld en zegt “mij waarschuwen en wie ben jij dan eigenlijk?” “Moses”, antwoord de papegaai. “Moses?” de inbreker lacht . Wat voor soort mensen noemen een vogel Moses?’

“Dezelfde mensen die een Mechelse Herder Jezus noemen!” 

Similar Posts

  • BRAM

    Rond sluitingstijd staat een agent bij een café te wachten, om te zien of hij nog wat mensen kan betrappen, die met een slok of twee teveel op achter het stuur willen kruipen. Op een gegeven moment strompelt er een vent zo blauw als een balletje, strontlazarus de kroeg uit, struikelt over de drempel, schopt de kat nekbrekend de stoep af, zwalkt rond over de parkeerplaats, probeert zijn sleutel op 5 verschillende auto’s uit in alle gaatjes, voor hij zijn eigen auto gevonden heeft en is nog zeker 10 minuten bezig om zijn sleutel in de deurslot te proppen. Alle overige bezopen bezoekers zijn intussen al lang en breed zwalkend vertrokken. Eindelijk lukt het hem om in de auto te komen. Als hij uiteindelijk al startend, hortend en stotend met de auto wil wegrijden, laat de agent de bestuurder zo kwaad als het kan stoppen en laat hem een blaastest ondergaan. Zelfs na meerdere pogingen en andere batterijen geeft het apparaat nog steeds 0,0 promille aan. De agent vraagt stom verbaasd aan de man hoe dat in hemelsnaam mogelijk is, Waarop de man antwoordt: “Vanavond was ik Bram”. Agent: “Bram??????” Man: “Bewust Rijdend Afleidings Manoeuvre

  • OOK DE DOKTER SCHROK ZICH EEN BULT

    Een 70 jarige man gaat naar de dokter die hem volledig onderzoekt en dan zegt, “Mijnheer het is voor mij een compleet raadsel hoe U erin slaagt om zo’n perfecte lichamelijke conditie te hebben, wat is uw geheim daarvoor”? “Niks”, zegt de man, “ik ben een gewone man, eet elke morgen spek met eieren, ga fietsen en drink s avonds een paar Duvels”. “Onbegrijpelijk”, zegt de dokter, misschien is het iets erfelijks, “hoe oud was uw vader toen hij overleed”? “Wie zegt dat mijn pa dood is”? Hoe””, zegt de dokter, “wilt u me zeggen dat u 70 bent en uw vader nog leeft, hoe oud is die dan”? “89 Dokter, eet ook nog alle dagen spek, drinkt ook bier en is vanochtend nog 60km met mij gaan fietsen”. “Ongelofelijk”, zegt de dokter, “werkelijk ongelooflijk, en hoe oud was uw grootvader dan toen hij stierf”? “Wie zegt er dat opa dood is”! “WAT”, roept de dokter uit, “leeft die nog, hoe oud is die dan”? “112, Mijnheer de dokter”. De dokter, die nu stilletjes aan van de kaart is zegt dan: “Ja, Ja en nu gaat u me vertellen dat die ook spek eet, bier drinkt en met u is gaan fietsen”. “Nee, Mijnheer de dokter, hij had geen tijd, hij is vanochtend getrouwd”. “Hoe, getrouwd, waarom zou een man van 112 in godsnaam nog willen trouwen”?

    “Hij wou ook niet, Mijnheer de dokter,…… ’t was MOETEN”.

  • Bouten

    Wanneer is me verveel, dan ga ik wel eens naar een pretpark. Ik neem dan altijd 2 bouten mee, en dan tik ik de persoon die voor me zit op de schouder en zeg dan; “Volgen mij komen deze uit uw karretje”.

  • Brandweer

    Een brandweerman staat buiten bij de brandweerkazerne te sleutelen aan de motor van een pomp. Opeens hoort hij achter zich een lief stemmetje dat zegt:
    “Dag meneer de brandweer.”
    Hij draait zich om en ziet een klein meisje van een jaar of zes, dat in een bolderwagen zit. De bolderwagen is omgebouwd tot een brandweerwagen, compleet met ladder en brandslangen. De wagen wordt getrokken door een hond en een kat. Complimentjes makend over wat hij ziet loopt hij rondom de bolderbrandweerwagen. De hond is met een riem aan zijn halsband voor de kar gespannen. De kat, het blijkt een kater, zit vast aan de kar via een touwtje om zijn testikels. Een beetje verbaasd zegt de brandweerman tegen het lieve wicht:
    “Ik wil me er niet mee bemoeien, maar volgens mij trekt die kater de kar beter als je hem ook aan een halsband vastmaakt.”
    “Dat weet ik”, zegt het meisje, “maar dan heb ik geen sirene!”

  • Aan de hemelpoort

    Er komt een prostituee bij de hemelpoort.
    Petrus vraagt wat ze vroeger geweest is.
    De vrouw bekent dat ze prostituee is geweest.
    ‘Dan mag je hier niet naar binnen, ‘ zegt Petrus, ‘ga daar maar even op het bankje zitten.’

    De vrouw gaat op het bankje zitten huilen.
    Komt er een oud baasje bij de hemelpoort met een enorme zak op zijn rug.
    Hij loopt naar het huilende vrouwtje op het bankje, en vraagt wat er aan scheelt.
    Ze legt uit: ‘Ik ben vroeger prostituee geweest, en nu mag ik niet naar binnen.’

    ‘Is dat het ?’ , zegt de man. ‘Ik ben kleermaker geweest. Weet je wat ?
    Ik heb een zak met oude kleren op mijn rug.
    We gooien de kleren eruit en jij gaat in die zak zitten.
    Dan smokkel ik jou de hemel in !’
    Zo gezegd, zo gedaan.

    De kleermaker loopt naar de hemelpoort, en Petrus vraagt de man wat hij vroeger geweest is.
    ‘Ik ben kleermaker geweest,’ zegt de man.
    ‘Dan mag je naar binnen,’ zegt Petrus.
    Als de man voorbij loopt, vraagt Petrus : ‘Maar wat zit er in die zak?’
    Zegt de kleermaker: ‘O, een oude naaimachine!

    ˜OK, loop maar door!

  • Sprekende klok

    SPREKENDE KLOK Een dronkenlap was trots op zijn nieuwe appartement en na een avondje uit toonde hij het aan enkele vrienden. Zo kwamen ze op de slaapkamer en daar hing een grote koperen gong. ‘Wat gebeurt er met die gong?’ vroeg een van de vrienden. ‘Het is geen gong. ‘t Is een sprekende klok,’ antwoordde de dronkaard. ‘Een sprekende klok? Eerlijk waar?’ vroeg zijn verbaasde vriend. ‘Jaaa,’ bevestigde de eigenaar. ‘En hoe werkt zoiets dan?’ vroeg de vriend met een achterdochtige blik. ‘Kijk,’ zei de zatlap. Hij nam het bijhorende slaghout, gaf de gong een oorverdovende klap en deed een stap achteruit. De drie gasten stonden verbaasd naar elkaar te kijken, tot plots… Iemand aan de andere kant van de muur schreeuwde, ‘Jij, vervelende zak! Het is verdorie kwart voor vier in de morgen!

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *