Inbreker

Een inbreker verschaft zich op een avond toegang tot een huis. ️‍Hij schijnt met zijn zaklantaarn rond, op zoek naar waardevolle spullen als hij een stem in het donker hoort zeggen: “Jezus weet dat jij hier bent”. Hij schrikt zich een ongeluk, dooft de zaklantaarn en blijft doodstil staan. Wanneer hij niets meer hoort, schudt hij zijn hoofd en gaat verder met het zoeken naar waardevolle spullen. Net als hij de stereo losgekoppeld heeft hoort hij heel duidelijk: “Jezus weet dat jij hier bent” De inbreker schrikt zo hard dat zijn hart in zijn keel klopt. Maar hij wil weten waar die stem vandaan komt en schijnt met de zaklantaarn door de kamer op zoek naar de stem. Eindelijk in de hoek van de kamer ziet hij een papegaai. “Zei jij dat?” vraagt hij aan de papegaai. “Ja” antwoord de papegaai. “Ik wil je waarschuwen dat hij jou in de gaten houdt”! De inbreker is gerustgesteld en zegt “mij waarschuwen en wie ben jij dan eigenlijk?” “Moses”, antwoord de papegaai. “Moses?” de inbreker lacht . Wat voor soort mensen noemen een vogel Moses?’

“Dezelfde mensen die een Mechelse Herder Jezus noemen!” 

Similar Posts

  • God allemachtig

    Drie vrienden zitten op de scheppen. Zegt de eerste: “Mijn oom is pater en als hij over straat loopt zegt iedereen tegen hem: Eerwaarde. Zegt de tweede: “Mijn oom is kardinaal en als hij over straat loopt zegt iedereen tegen hem: Eminentie”. Zegt de derde: “Ach dat is toch niks. Mijn oom weegt 225 kilo een als hij over straat loopt zegt iedereen tegen hem : GODALLEMACHTIG!”.

  • Jantje

    Jantje belt bij zijn bovenburen aan en vraagt of hij de volgende avond de stereo-installatie mag lenen. “Natuurlijk, ” zegt de buurman !, “heb je een feestje?”. “Nee hoor!”, antwoordt Jantje, “Ik zou alleen eens een beetje willen slapen !!”.

  • Pilotengrap

    De passagiers van een vliegtuig zitten allemaal op hun plaats en wachten op de piloten om te vertrekken. Twee mannen komen uit de personeelscabine achterin en stappen traag naar de cockpit. Ze dragen een pilotenuniform en een donkere bril. De ene heeft een hond aan een leiband en de andere tikt met een witte stok voor zich uit op de vloer. Ze bereiken de cockpit zonder problemen en sluiten de deur achter zich. Verschillende passagiers lachen wat zenuwachtig naar elkaar, fronsen hun wenkbrauwen of doen alsof ze het een leuke grap vinden. Enkele seconden laten starten de motoren en begint het vliegtuig over de startbaan te rijden. Het toestel gaat steeds sneller en sneller maar het stijgt niet op. Door de venstertjes zien de passagiers dat het vliegtuig recht op een uitgestrekt meer afstevent aan het einde van de startbaan. Het vliegtuig raast nu op zeer hoge snelheid vooruit en verschillende passagiers beginnen te beseffen dat ze nooit zullen opstijgen en dus in het meer terecht zullen komen. Er wordt uit vele kelen luid gegild en net op dat moment trekt het vliegtuig keurig op en komt het zonder problemen van de grond. De passagiers komen stilaan tot bedaren en praten nog wat na over die angstaanjagende “grap”. Enkele minuten later is het incident vergeten. In de cockpit betast de piloot het dashboard, vindt de automatische piloot en zet hem in werking. “Weet je wat me soms bang maakt?”, vraagt hij. “Nee”, zegt de co-piloot. “Een dezer dagen beginnen ze te laat te gillen en dan gaan we er allemaal aan!!”

  • Intelligentie

    Een getrouwd stel zitten samen op de bank. Vraagt de vrouw aan de man “Van wie zou onze dochter toch haar intelligentie hebben? Antwoordt de man “Ik denk toch echt van jouw, ik heb de mijne namelijk nog!”

  • Houthakker

    Er komt een Belg bij de Canadese grens. Hij zegt tegen de douanebeambte: “Ik wil graag emigreren.” De douanebeambte zegt: “Daar moet je wel werk voor hebben.” “Dat heb ik,” zegt de Belg, “ik ben houthakker.” “Zo,” zegt de douanier, “en waar ben jij dan houthakker geweest?” “In de Sahara,” zegt de Belg. “In de Sahara?” zegt de douanier, “maar daar staan toch helemaal geen bomen?” “Nee,” zegt de Belg, “nu niet meer!”

  • Vooruitzicht

    Een heer vergezeld van een bloedmooie vrouw stapt in Brussel Nieuwstraat een juwelierszaak in. Ze kiezen een juweel van 50.000€ Op het moment dat er moet betaald worden haalt de man zijn chequeboekje  te voorschijn en begint te schrijven. De verkoper trekt een beetje een vervelend gezicht omdat hij de man nog nooit voorheen heeft gezien en er niet gerust in is of de cheque wel gedekt zal zijn.

    De man merkt dit gelaatstrekje bij de verkoper en zegt:

    “Je bent er precies niet echt gerust in of er wel voldoende geld op mijn rekening staat”.

    De verkoper: “Wel, euh”.

    De man: ” Kijk, geen probleem, we spreken het volgende af. Omdat het nu zaterdagnamiddag is en mijn bank gesloten is, laat ik de cheque en het juweel hier tot maandag. Pas nadat je het geld geïnd hebt bij de bank laat je het juweel bezorgen bij deze lieve dame. Akkoord”?

    De verkoper, zelfverzekerd, geeft zonder twijfel zijn goedkeuring aan deze oplossing en de man vertrekt met zijn beeldmooie vrouw. De maandagochtend gaat de verkoper naar de bank. En wat raadt U? Jawel, de cheque blijkt ongedekt te zijn.

    De bankrekening van de man beschikt niet over voldoende provisie. De verkoper belt de man op en legt beleefd uit wat er bij de bank gebeurd is, waarop de man antwoordt:

    “Ja maar dat is niet erg. Het juweel is nog altijd in uw bezit, dus het heeft U niets gekost. En ondertussen heb ik een heerlijk weekend gehad! Bedankt voor uw medewerking en tot nog eens”

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *